'Andere mensen liegen omdat dat hun natuur is, omdat hun belangen dat voorschrijven of door een plotselinge ingeving. Maar jij liegt zoals de regen valt: jij kunt liegen met tranen en met daden. Dat moet heel moeilijk zijn. Soms denk ik echt dat jij een genie bent… een geniale leugenaar.’ Na twintig jaar komt Lajos één dag terug naar Eszter. Zij weet dat haar voormalige geliefde haar opnieuw zal bedriegen en dat zijn bedrog haar ondergang wordt. Wat is het dat hen bindt? Waarom verzet Eszter zich niet?