"Dit is echt de laatste keer." Om het trillen van mijn handen te maskeren, grijp ik de rand van de wasbak nog steviger vast. "Vind maar iemand anders om jullie vuile werk te doen."
"Waarom?" echoot een stem, of hoor ik hem alleen in mijn hoofd? "Je doet het juist zo goed, maar goed als je het zeker weet, op een voorwaarde." Even laat de stem een stilte vallen.
"Ik heb dit nooit gewild, deze verdoemde eeuwigheid, noch die vervloekte taak." Woedend knijp ik mijn vuisten samen, de herinnering aan hoe het allemaal begon, het maakt me nog steeds woest.
"Soms moeten we het kwade verrichten om het goede resultaat te krijgen, helaas vergeten de mensen dat vaak en herinneren ze zich alleen het kwade." In de stilte klinkt het of er nog meer echo in de stem zit.
"Ach, loop naar de hel!" de walging voor hem, voor mijn taak, voor alles klinkt duidelijk door in mijn stem.
Met een valsheid die alles doordrenkt echoot het. "Waar denk je dat ik vandaan kom, lief kind?!"
"Hoe verdorven moet je zijn om mij zo te laten lijden!"
Een sarcastisch antwoord volgt: "Wat aardig van je, bedankt voor het compliment."
Ik voel hoe de zenuwen over wat er komen gaat door mijn lichaam gieren.
Dan zegt de stem: "Ik geef je vier dagen, als het je lukt voor klokslag negen uur op dag vier, mag je stoppen."
In de stilte van de nacht echoën de klokslagen door de verlaten straten. Onopgemerkt, als de schaduwen, sluip ik door de slapende stad. Blindelings vind ik mijn weg naar het eerste adres.
"Vier dagen, tijd zat. Ik heb dit al zo vaak gedaan."
Hoe kon ik weten dat deze keer zo anders zou worden?!
"Waarom?" echoot een stem, of hoor ik hem alleen in mijn hoofd? "Je doet het juist zo goed, maar goed als je het zeker weet, op een voorwaarde." Even laat de stem een stilte vallen.
"Ik heb dit nooit gewild, deze verdoemde eeuwigheid, noch die vervloekte taak." Woedend knijp ik mijn vuisten samen, de herinnering aan hoe het allemaal begon, het maakt me nog steeds woest.
"Soms moeten we het kwade verrichten om het goede resultaat te krijgen, helaas vergeten de mensen dat vaak en herinneren ze zich alleen het kwade." In de stilte klinkt het of er nog meer echo in de stem zit.
"Ach, loop naar de hel!" de walging voor hem, voor mijn taak, voor alles klinkt duidelijk door in mijn stem.
Met een valsheid die alles doordrenkt echoot het. "Waar denk je dat ik vandaan kom, lief kind?!"
"Hoe verdorven moet je zijn om mij zo te laten lijden!"
Een sarcastisch antwoord volgt: "Wat aardig van je, bedankt voor het compliment."
Ik voel hoe de zenuwen over wat er komen gaat door mijn lichaam gieren.
Dan zegt de stem: "Ik geef je vier dagen, als het je lukt voor klokslag negen uur op dag vier, mag je stoppen."
In de stilte van de nacht echoën de klokslagen door de verlaten straten. Onopgemerkt, als de schaduwen, sluip ik door de slapende stad. Blindelings vind ik mijn weg naar het eerste adres.
"Vier dagen, tijd zat. Ik heb dit al zo vaak gedaan."
Hoe kon ik weten dat deze keer zo anders zou worden?!