‘Poëzie is een alleseter. (…) Alles tussen hemel en aarde kan in een gedicht een plaats krijgen.’ Het is weinigen gegund om met dat gegeven een gedicht te schrijven over haar, ‘een dierlijk aandenken’, of over de intimiteit van een neus. Hans Magnus Enzensberger kan dat als geen ander. Een simpele koelkast wordt daarbij ‘een sneeuwwit altaar’ dat menig geloof aan het wankelen brengt.
Humor, ironie en zelfrelativering zijn ooit ver weg. Het leven mag dan een stuk zeep zijn waarbij je je eeuwig afvraagt ‘wie of war er met ons dobbelt’, al met al zijn we aanbeland op een ‘tamelijk gunstige dwaalster’.
Ten slotte nog deze raad. Als je het even niet meer ziet zitten, kijk dan naar de wolken, ‘de vluchtigste aller kunstwerken’, en geef je psyche, ‘die eeuwige zeurkous’, geen schijn van kans.
René Smeets maakte een keuze uit de drie laatste bundels van de grandioze meester-dichter H.M. Enzensberger en vertaalde ze voortreffelijk.
Humor, ironie en zelfrelativering zijn ooit ver weg. Het leven mag dan een stuk zeep zijn waarbij je je eeuwig afvraagt ‘wie of war er met ons dobbelt’, al met al zijn we aanbeland op een ‘tamelijk gunstige dwaalster’.
Ten slotte nog deze raad. Als je het even niet meer ziet zitten, kijk dan naar de wolken, ‘de vluchtigste aller kunstwerken’, en geef je psyche, ‘die eeuwige zeurkous’, geen schijn van kans.
René Smeets maakte een keuze uit de drie laatste bundels van de grandioze meester-dichter H.M. Enzensberger en vertaalde ze voortreffelijk.