Lezersrecensie
Gekonkel aan het hof
Deze lijvige roman uit het begin van de 19 e eeuw begint zoals het een echte klassieker betaamt. De schrijver heeft een verhaal gehoord van een aantal vrienden en vond dat zo boeiend dat hij besluit om het voor ons als lezers op schrift te zetten. Wij verkneukelen ons want de schrijver richt zich als een verteller direct tot ons en gaat ons amuseren met een mooi verhaal. En een mooi verhaal is het!
Het verhaal speelt zich rond 1800 af in Noord Italië - in Como, Parma, Bologna, Milaan en omstreken - en bevat zeer veel intriges en gebeurtenissen, maar we kunnen daarin drie hoofdlijnen zien.
De eerste is die van de jonge en knappe edelman - zoon van een markies - Fabrizio del Dongo die zozeer onder de indruk is van Bonaparte dat hij naar Frankrijk vertrekt om zich bij hem aan te sluiten en daarbij in zijn zucht om de oorlog mee te maken zonder dat hij het zelf weet in de slag bij Waterloo terecht komt. Bij zijn terugkeer naar Italië belandt hij in de gevangenis in de citadel van Parma en daar begint de tweede lijn in het boek, namelijk die van de alles verterende liefde. Deze drieste, onafhankelijke en naïeve jongeman was nog nooit echt verliefd geweest, maar nu valt hij als een blok voor Clelia Conti, de dochter van de gevangenisdirecteur. Vanuit een raampje in zijn cel kan hij haar zien als zij de vogels in haar volière komt verzorgen. Ze vinden een manier om met elkaar te communiceren en hoewel zij later met een rijke markies trouwt, vinden zij elkaar uiteindelijk na allerlei verwikkelingen en krijgen zelfs een kind.
De derde lijn is die van de politieke intriges aan het hof van de vorst van Parma, waar verschillende fracties elkaar naar het leven staan en voortdurend strijden om de macht. De hertogin Sanseveria en haar minnaar graaf Mosca weten door slimheid en vrouwelijke charmes aan het hof een hoofdrol te spelen en zijn ook voortdurend bezig om de drieste Fabrizio - die een neef van de hertogin is - te beschermen tegen alle intriges met als complicerende factor dat de hertogin zeer verliefd is op Fabrizio.
De wereld van adel en gegoede burgerij wordt getoond in al zijn ledigheid en verveling; in het gekonkel in de salons en aan het hof van de vorst; in de bullshit baantjes die men elkaar toeschuift ( zo is geregeld dat Fabrizio vicaris generaal van de bisschop wordt); in de voortdurend verschuivende machtsverhoudingen door de ondermijnende acties die men naar elkaar onderneemt, die vaak door jaloezie en verliefdheid worden ingegeven; in de vanzelfsprekendheid waarmee men trouwde vanwege geld en aanzien en er vervolgens minnaars en minnaressen op nahield.
De beschrijving van de oorlog bij Waterloo waaraan Fabrizio in het begin van het boek deelneemt, doet erg denken aan Oorlog en vrede van Tolstoj in die zin dat het op dezelfde manier als een enorme puinhoop wordt neergezet, waar niemand eigenlijk goed weet wat hij aan het doen is, zeker de leiders niet.
Het boek is geschreven in een heldere, natuurlijke taal met een licht ironische ondertoon , die zich vertellend tot de lezer richt en zeer ten dienste staat van het verhaal en zo nu en dan pareltjes van wijsheid en uitdrukkingskracht biedt.
Het is een prachtig boek met een zeer rijke inhoud maar niet helemaal evenwichtig. Zo was het hier en daar wel wat langdradig en eindigt het ook behoorlijk abrupt, wanneer Fabrizio zicht terugtrekt als kartuize in Parma en zo ongeveer elke hoofdrolspeler al snel de pijp uit gaat.
Het verhaal speelt zich rond 1800 af in Noord Italië - in Como, Parma, Bologna, Milaan en omstreken - en bevat zeer veel intriges en gebeurtenissen, maar we kunnen daarin drie hoofdlijnen zien.
De eerste is die van de jonge en knappe edelman - zoon van een markies - Fabrizio del Dongo die zozeer onder de indruk is van Bonaparte dat hij naar Frankrijk vertrekt om zich bij hem aan te sluiten en daarbij in zijn zucht om de oorlog mee te maken zonder dat hij het zelf weet in de slag bij Waterloo terecht komt. Bij zijn terugkeer naar Italië belandt hij in de gevangenis in de citadel van Parma en daar begint de tweede lijn in het boek, namelijk die van de alles verterende liefde. Deze drieste, onafhankelijke en naïeve jongeman was nog nooit echt verliefd geweest, maar nu valt hij als een blok voor Clelia Conti, de dochter van de gevangenisdirecteur. Vanuit een raampje in zijn cel kan hij haar zien als zij de vogels in haar volière komt verzorgen. Ze vinden een manier om met elkaar te communiceren en hoewel zij later met een rijke markies trouwt, vinden zij elkaar uiteindelijk na allerlei verwikkelingen en krijgen zelfs een kind.
De derde lijn is die van de politieke intriges aan het hof van de vorst van Parma, waar verschillende fracties elkaar naar het leven staan en voortdurend strijden om de macht. De hertogin Sanseveria en haar minnaar graaf Mosca weten door slimheid en vrouwelijke charmes aan het hof een hoofdrol te spelen en zijn ook voortdurend bezig om de drieste Fabrizio - die een neef van de hertogin is - te beschermen tegen alle intriges met als complicerende factor dat de hertogin zeer verliefd is op Fabrizio.
De wereld van adel en gegoede burgerij wordt getoond in al zijn ledigheid en verveling; in het gekonkel in de salons en aan het hof van de vorst; in de bullshit baantjes die men elkaar toeschuift ( zo is geregeld dat Fabrizio vicaris generaal van de bisschop wordt); in de voortdurend verschuivende machtsverhoudingen door de ondermijnende acties die men naar elkaar onderneemt, die vaak door jaloezie en verliefdheid worden ingegeven; in de vanzelfsprekendheid waarmee men trouwde vanwege geld en aanzien en er vervolgens minnaars en minnaressen op nahield.
De beschrijving van de oorlog bij Waterloo waaraan Fabrizio in het begin van het boek deelneemt, doet erg denken aan Oorlog en vrede van Tolstoj in die zin dat het op dezelfde manier als een enorme puinhoop wordt neergezet, waar niemand eigenlijk goed weet wat hij aan het doen is, zeker de leiders niet.
Het boek is geschreven in een heldere, natuurlijke taal met een licht ironische ondertoon , die zich vertellend tot de lezer richt en zeer ten dienste staat van het verhaal en zo nu en dan pareltjes van wijsheid en uitdrukkingskracht biedt.
Het is een prachtig boek met een zeer rijke inhoud maar niet helemaal evenwichtig. Zo was het hier en daar wel wat langdradig en eindigt het ook behoorlijk abrupt, wanneer Fabrizio zicht terugtrekt als kartuize in Parma en zo ongeveer elke hoofdrolspeler al snel de pijp uit gaat.
1
Reageer op deze recensie