Meer dan 6,2 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Op een zijspoor

Frans Moberts 25 januari 2025
Henry Neff is de jongste bediende op het Bureau Gevonden Voorwerpen. Hij heeft dit baantje gekregen dankzij bemiddeling van zijn oom, die een hoge positie bekleedt binnen de Spoorwegen, iets wat Henry totaal niet ambieert. Henry is wars van ambitie en volstrekt gelukkig met het reilen en zeilen binnen zijn nieuwe werkkring. Afdelingschef Harms verbaast zich daarover, “U bent nu vierentwintig, Neff, vierentwintig, mijn god, dan moet je de eerste rails hebben gelegd, op je doel afgaan, als u begrijpt wat ik bedoel. En nu bent u bij ons terechtgekomen, op ons zijspoor, ja, in zekere zin moet u het gevoel hebben op een zijspoor te zijn beland, want hier start je geen carrière, bij ons heb je geen carrièremogelijkheden, er komt een moment dat je je hier uitgerangeerd voelt.” Henry’s antwoord daarop is “Daar heb ik geen behoefte aan, meneer Harms, voor mij is het voldoende als ik me prettig voel in mijn werk.”

Zijn twee collega’s, oude rot Alfred Bussmann en administratieve kracht Paula zijn beide gecharmeerd van hem. Alfred maakt hem met liefde en zo nu en dan een borrel wegwijs in de verschillende categorieën van gevonden voorwerpen terwijl Paula hem inwijdt in alle procedures en daarbij behorende documenten.

Op zijn beurt is Henry zeer gecharmeerd van Paula, op allerlei manieren probeert hij haar avances te maken, avances die zij van haar kant elke keer weer afwijst. Het zit echter in Henry z’n karakter om daar helemaal niet mee te zitten, hij blijft net zo vriendelijk en voorkomend met haar omgaan. Zij leert al gauw dat “het gevaarlijk was hem op zijn woord te geloven, gewoon omdat hij bijna alles in twijfel trok en vrijwel nooit iets serieus nam.” Volgens haar heeft Henry “talent om uzelf schade te berokkenen.”

In zijn doen en laten is Henry onconventioneel, hij spring over hekjes en zwiept uit draaideuren. Ook in zijn werk past hij dat toe, de mensen die zich aan zijn loket melden moeten soms op de meest vreemde manier bewijzen dat zij de eigenaar zijn van het door hen verloren voorwerp. Hij werpt zich zelfs op als assistent in de act van een messenwerper als deze zijn teruggevonden messen komt ophalen.

Wanneer Henry een van de gevonden voorwerpen zelf terug gaat bezorgen bij de rechtmatige eigenaar maakt hij kennis met Fedor Lagutin, een Basjkier die op uitnodiging van de TH als wiskundige mee gaat werken aan de ontwikkeling van geprogrammeerde rekenmachines.

Een van de prachtigste scènes vindt plaats tijdens een bezoek aan het Volkenkundig museum, waarvoor Fedor en Henry door diens zus Barbara zijn uitgenodigd. In een van de zalen staat een tent met daarbij een familie, volgens het bijbehorend bordje met uitleg “Basjkieren voor hun feesttent.” Bij het verschijnen van een suppoost die een rondleiding geeft aan een groep vakantiegangers verdwijnt Fedor in de tent. De opmerking van een van de bezoekers “Allemaal arme drommels, die mensjes […]. Nauwelijks enige ontwikkeling, nietwaar?” wordt gepareerd door de zeer ter zake kundige suppoost die tekst en uitleg geeft bij het tafereel en vertelt over de rijke Basjiekse cultuur, waarbij Fedor dit vanuit de tent met melodieuze fluitmuziek begeleidt.

Zo nu en dan verschijnt er een donkere wolk aan de verder heldere hemel van Henry’s bestaan. Eén daarvan is een aangekondigde grote reorganisatie bij de spoorwegen die ook niet voorbij zal gaan aan het Bureau Gevonden Voorwerpen. Alfred Bussmann wordt met vervroegd pensioen gestuurd, iets wat Henry probeert te voorkomen door met zijn oom te gaan praten. Het mag echter niet baten. Als zijn chef hem voorstelt om in Alfreds plaats zijn adjunct te worden gaat Henry niet op dat aanbod in, als reden geeft hij “hogerop komen … ik heb niet de behoefte om hogerop te komen, dat laat ik graag aan anderen over.”

Een tweede donkere wolk is het herhaaldelijk opduiken van een groep motorrijders, waarvan ook Paula’s broer deel uitmaakt, die er een spel van maken om steeds dichtere rondjes om iemand te gaan rijden en die persoon daarbij ook aan te raken. Dit overkomt Henry zelf, maar ook Fedor Lagutin wanneer die een bezoek brengt aan Henry. Die denkt dit met praten op te kunnen lossen “Praten, dacht hij, ik wil met ze praten, openhartig en alleen en rustig.” De motorrijders blijken echter ongevoelig voor zijn woorden te zijn. Wanneer ook postbode Joe het slachtoffer wordt voelt Henry zich gedwongen om in te grijpen. Bij zijn drieste actie delft hij echter het onderspit en moet hij door buurtbewoners ontzet worden.

Fedor daarentegen is niet ongevoelig voor woorden. Nadat hij op een feestje door een van de andere gasten verbaal beledigd is verdwijnt hij met de noorderzon, terug naar Samara. Henry concludeert terecht “Woorden, […] het kunnen alleen woorden zijn die hem hebben gekwetst, voor woorden lijkt Fedor overgevoelig te zijn.”

Siegfried Lenz’ verhaal ademt de sfeer van de jaren vijftig, er wordt door iedereen stevig gerookt en Fedor werkt aan geprogrammeerde rekenmachines, voorlopers van de latere computers. Aan de andere kant zitten er ook subtiele verwijzingen naar de de 90-er jaren in, de persoon in een advertentie van de spoorwegen heeft volgens Henry wel erg veel weg van Claudia Schiffer en een vergadering van regeringsleiders over de toetreding van Oost-Europese landen.

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Frans Moberts

Gesponsord

Wie ben je als iedereen een mening heeft over wie je zou moeten zijn? Schillen is een kwetsbaar verhaal over identiteit en transitie. Schrijf je nu in voor de Hebban Leesclub.