Lezersrecensie
Ongemak
Stella van Takis Würger (1985) is een complex boek. Niet zozeer qua zinsbouw of taalgebruik. Nee, het complexe schuilt in de keuzes die de schrijver heeft gemaakt om de werkelijk bestaande collaboratrice Stella genuanceerd neer te zetten.
Het boek is uit het Duits vertaald door Goverdien Hauth-Grubben en uitgegeven door Signatuur.
De Zwitserse ik-persoon Friedrich komend van gegoede huize maar toch getekend door zijn jeugd ontmoet Stella in Berlijn. Om onnavolgbare redenen gaat Friedrich naar de Duitse hoofdstad tijdens de hoogtijdagen van het nazisme in 1942 en de oplopende verschrikking voor de Joodse gemeenschap, ook in Berlijn.
De lezer zal ondanks de soepele vertelling zich steeds ongemakkelijker voelen vanwege het contrast tussen bijvoorbeeld de walgelijke SS feestjes, de daarbij gepaard gaande decadentie en de gruwelijke feiten die Würger ‘droog’ opsomt aan het begin van elk hoofdstuk. In zijn dankwoord memoreert Würger dat een lezer hem toewerpt dat hij zo emotieloos schrijft. Temeer opmerkelijk omdat hij nota bene zijn boek opdraagt aan zijn overgrootvader die in 1941 tijdens Aktion T4 vergast is. Kortom, ongemakkelijkheid troef in deze roman. Maar, is literatuur daartoe ook niet geroepen om ongemak juist niet uit de weg te gaan?
De enigmatische Stella, het blonde gif betovert de jonge naïeve Friedrich volkomen. Maar, intussen doet ze het onvergeeflijke… keer op keer. Feit en fictie mengen zich en dat is zogezegd een behoorlijke beproeving. Eigenlijk is het onverenigbaar en vooral onverteerbaar. En toch, het kwaad fascineert. Hanna Ahrendt (filosofe) sprak in dit verband over de banaliteit van het kwaad. Het kwaad is vaak niet terug te voeren tot diepere motieven maar is eerder ‘gewoon’ oppervlakkig.
Die oppervlakkigheid in de Joodse Stella lijkt vooral naar voren te komen in haar streven zangeres te worden. Te zingen op de SS feestjes, dus. Intussen betalen haar Joodse volksgenoten een hoge prijs hiervoor.
Ook enigmatisch, maar van een andere orde is de rol van de fictieve Friedrich. Een Zwitser, onafhankelijk en vrij om te gaan en te staan. Staat hij voor de ‘neutrale’ toeschouwer, die wij allemaal kunnen zijn? De persoon die niet voorkomt dat het kwaad zijn gang kan gaan? Hoe vreemd ook, Friedrich is zelfs tot over zijn oren verliefd op Stella, terwijl hij nota bene weet wat ze doet. In hoeverre erotiseert het kwaad? Of zijn het louter puberale gevoelens van een jongeman, die de liefde van zijn moeder mist?
‘Mijn vader had ongelijk. Schuld bestaat.’ P. 180
De roman deed in Duitsland veel stof opwaaien. Veel critici hadden geen begrip voor de schrijver die Stella ergens nog aantrekkelijk maakt, terwijl ze meewerkt aan de Holocaust.
De uiteindelijke waardering van vier sterren komt bij mij door de rol van Friedrich. Bij hem blijkt hoe neutraliteit kan uitwerken. In hoeverre ik, wij allemaal met het kwaad om ons heen kunnen samenleven, en we er onze ogen voor kunnen sluiten.
Het boek is uit het Duits vertaald door Goverdien Hauth-Grubben en uitgegeven door Signatuur.
De Zwitserse ik-persoon Friedrich komend van gegoede huize maar toch getekend door zijn jeugd ontmoet Stella in Berlijn. Om onnavolgbare redenen gaat Friedrich naar de Duitse hoofdstad tijdens de hoogtijdagen van het nazisme in 1942 en de oplopende verschrikking voor de Joodse gemeenschap, ook in Berlijn.
De lezer zal ondanks de soepele vertelling zich steeds ongemakkelijker voelen vanwege het contrast tussen bijvoorbeeld de walgelijke SS feestjes, de daarbij gepaard gaande decadentie en de gruwelijke feiten die Würger ‘droog’ opsomt aan het begin van elk hoofdstuk. In zijn dankwoord memoreert Würger dat een lezer hem toewerpt dat hij zo emotieloos schrijft. Temeer opmerkelijk omdat hij nota bene zijn boek opdraagt aan zijn overgrootvader die in 1941 tijdens Aktion T4 vergast is. Kortom, ongemakkelijkheid troef in deze roman. Maar, is literatuur daartoe ook niet geroepen om ongemak juist niet uit de weg te gaan?
De enigmatische Stella, het blonde gif betovert de jonge naïeve Friedrich volkomen. Maar, intussen doet ze het onvergeeflijke… keer op keer. Feit en fictie mengen zich en dat is zogezegd een behoorlijke beproeving. Eigenlijk is het onverenigbaar en vooral onverteerbaar. En toch, het kwaad fascineert. Hanna Ahrendt (filosofe) sprak in dit verband over de banaliteit van het kwaad. Het kwaad is vaak niet terug te voeren tot diepere motieven maar is eerder ‘gewoon’ oppervlakkig.
Die oppervlakkigheid in de Joodse Stella lijkt vooral naar voren te komen in haar streven zangeres te worden. Te zingen op de SS feestjes, dus. Intussen betalen haar Joodse volksgenoten een hoge prijs hiervoor.
Ook enigmatisch, maar van een andere orde is de rol van de fictieve Friedrich. Een Zwitser, onafhankelijk en vrij om te gaan en te staan. Staat hij voor de ‘neutrale’ toeschouwer, die wij allemaal kunnen zijn? De persoon die niet voorkomt dat het kwaad zijn gang kan gaan? Hoe vreemd ook, Friedrich is zelfs tot over zijn oren verliefd op Stella, terwijl hij nota bene weet wat ze doet. In hoeverre erotiseert het kwaad? Of zijn het louter puberale gevoelens van een jongeman, die de liefde van zijn moeder mist?
‘Mijn vader had ongelijk. Schuld bestaat.’ P. 180
De roman deed in Duitsland veel stof opwaaien. Veel critici hadden geen begrip voor de schrijver die Stella ergens nog aantrekkelijk maakt, terwijl ze meewerkt aan de Holocaust.
De uiteindelijke waardering van vier sterren komt bij mij door de rol van Friedrich. Bij hem blijkt hoe neutraliteit kan uitwerken. In hoeverre ik, wij allemaal met het kwaad om ons heen kunnen samenleven, en we er onze ogen voor kunnen sluiten.
2
Reageer op deze recensie