Lezersrecensie
Alsof je niet bestond
Volgens de traditie halen katholieken op Aswoensdag, de dag na carnaval, een kruisje. Het wordt door de pastoor met as aangebracht op het voorhoofd van de gelovige. Aswoensdag markeert het begin van de vastentijd, tot aan Pasen, en staat voor boetvaardigheid, het vernietigen van zonden. En vormt de aankondiging van een schone lei, ‘Verlossing’.
Dat is de onderliggende gedachte van Aswoensdag, de debuutroman van Carlie Stijnen.
Thomas, Emma en Sofie zijn de drie oudste kinderen van het gezin Elders. Na het overlijden van hun ouders komen zij geregeld bij elkaar en kijken ze terug op hun jeugd in de jaren vijftig en zestig in Zuid-Limburg. Dat doen ze aan de hand van memoires van de hand van Emma, die Thomas en Sofie aanvullen, nuanceren, bekritiseren, soms bestrijden.
In het gezin Elders golden duidelijke, benauwende normen. Vaders wil was wet, versterkt door moeders onwrikbare denkbeelden over verschillen in status en over hoe het hoort.
“Het grootste compliment dat je kon krijgen, was dat je niet opviel. Dat je je gedroeg alsof je niet bestond.”
Het welzijn van de oudste kinderen is ondergeschikt aan nuttig zijn, verantwoordelijkheid dragen en erop afgerekend worden.
Aswoensdag heeft geen duidelijk plot. Voorvallen en uitspraken rijgen zich aaneen tot een familiegeschiedenis. Een geschiedenis die blootlegt hoe gezinsleden zich tot elkaar verhouden, hoe ze omgaan met elkaar, met de gezamenlijke historie en met de buitenwereld en hoe ze daarin een eigen overlevingsstrategie ontwikkelen en zich daarin weer tegenkomen.
Uiteindelijk wordt toegewerkt naar een climax en de conclusie dat ze elk een andere jeugd hebben beleefd.
Wie de jaren vijftig en zestig bewust heeft meegemaakt, zal producten, gewoonten en gebruiken herkennen, evenals de ‘spruitjeslucht’ die de tijd kenmerkte.
Aswoensdag is met gevoel en humor geschreven. De wisseling tussen toen en nu geeft het boek gelaagdheid en een rijkdom aan thema’s en motieven.
Dat is de onderliggende gedachte van Aswoensdag, de debuutroman van Carlie Stijnen.
Thomas, Emma en Sofie zijn de drie oudste kinderen van het gezin Elders. Na het overlijden van hun ouders komen zij geregeld bij elkaar en kijken ze terug op hun jeugd in de jaren vijftig en zestig in Zuid-Limburg. Dat doen ze aan de hand van memoires van de hand van Emma, die Thomas en Sofie aanvullen, nuanceren, bekritiseren, soms bestrijden.
In het gezin Elders golden duidelijke, benauwende normen. Vaders wil was wet, versterkt door moeders onwrikbare denkbeelden over verschillen in status en over hoe het hoort.
“Het grootste compliment dat je kon krijgen, was dat je niet opviel. Dat je je gedroeg alsof je niet bestond.”
Het welzijn van de oudste kinderen is ondergeschikt aan nuttig zijn, verantwoordelijkheid dragen en erop afgerekend worden.
Aswoensdag heeft geen duidelijk plot. Voorvallen en uitspraken rijgen zich aaneen tot een familiegeschiedenis. Een geschiedenis die blootlegt hoe gezinsleden zich tot elkaar verhouden, hoe ze omgaan met elkaar, met de gezamenlijke historie en met de buitenwereld en hoe ze daarin een eigen overlevingsstrategie ontwikkelen en zich daarin weer tegenkomen.
Uiteindelijk wordt toegewerkt naar een climax en de conclusie dat ze elk een andere jeugd hebben beleefd.
Wie de jaren vijftig en zestig bewust heeft meegemaakt, zal producten, gewoonten en gebruiken herkennen, evenals de ‘spruitjeslucht’ die de tijd kenmerkte.
Aswoensdag is met gevoel en humor geschreven. De wisseling tussen toen en nu geeft het boek gelaagdheid en een rijkdom aan thema’s en motieven.
2
Reageer op deze recensie