Lezersrecensie
Dienstplicht: van verplichte opkomst tot literaire inspiratie
De dienstplicht in Nederland is sinds 1 mei 1997 opgeschort, maar voor veel mannen die eraan moesten geloven, was het een intense en ingrijpende ervaring. Veertien maanden werd je uit je normale leven gerukt, stond je onder bevel, was er kameraadschap en vervreemding . Philip Snijder grijpt deze thematiek aan in zijn nieuwste roman De verbindingen, die zich afspeelt in 1977 en 1980. Met humor, observatievermogen en een scherp oog voor de menselijke psyche schetst hij een wereld vol absurdisme, discipline en ontworteling. Maar er is ook een diepere laag: het zoeken naar je identiteit, naar je plek in de samenleving, een plek die bij je past.
Stuurloze twintiger in een strak regime
Het verhaal begint in 1980. De naamloze hoofdpersoon heeft zijn studie pedagogiek niet afgemaakt en zwerft van baantje naar baantje. “Ik was vierentwintig, en in mijn leven viel nog steeds geen herkenbare lijn of groei te bespeuren.” Hij werkt als nachtreceptionist in een hotel voor rugzaktoeristen aan de Amsterdamse Warmoesstraat. Op een avond treft hij op het toilet een junk aan met een spuit in zijn dijbeen. Hij herkent hem onmiddellijk: vaandrig Van den Boogaert. De ontmoeting roept herinneringen op aan zijn diensttijd, waarin ze elkaar eerder kruisten.
Vanaf hier springt het verhaal drie jaar terug in de tijd. We leren de verteller beter kennen: een eenzame, stuurloze jongen die zich meer bezighoudt met pornofilms dan met zijn ‘studie’. Dan ploft de oproep voor de militaire keuring op de mat. “Er staan al jongens te wachten, allemaal met net zo’n sterke aandrang als ik om alsnog rechtsomkeert te maken en nu al te deserteren.” Hij wordt goedgekeurd en opgeleid tot radiotelefonist, gestationeerd op een NAVO-basis in Duitsland. Daar krijgt hij de bijnaam Stekker. Hij is niet enthousiast.
Rauwe realiteit van het kazerneleven
Snijder schetst de dagelijkse realiteit van de dienstplicht met een mengeling van droogkomische observaties en melancholie. Pesterijen, ontgroeningen, eindeloos exerceren, het onophoudelijk poetsen van wapens, de stoerdoenerij en het verlangen naar huis – het komt allemaal voorbij. “Ik moest zoveel mogelijk alleen maar zielloos dienstplichtig vlees worden dat een uniform vulde,” schrijft Snijder, waarmee hij de geestdodende routine treffend samenvat.
Als radiotelefonist moet Stekker dagelijks controleren of de telefoons in de wachttorens nog werken. Maar ‘verbindingen’ krijgen in het boek ook een diepere betekenis. Soldaten vertrouwen hem hun geheimen toe. “Zo werd ik een soort archivaris van de persoonlijke geheimen van het vierde peloton. Ik hield me aan de zwijgplicht.” Stekker zelf draagt ook een geheim met zich mee, een ‘schaamverhaal’ dat pas later in het boek wordt onthuld.
Macht en eenzaamheid: de vaandrig en de soldaat
Dan doet een nieuwe pelotonscommandant zijn intrede: vaandrig Ronald Cornelis van den Boogaert. Tot Stekkers verbazing herkent hij hem van de keuring. De vaandrig regeert aanvankelijk met ijzeren hand, maar zoekt tegelijkertijd toenadering tot Stekker. Wat bindt deze twee eenlingen? Ze delen een gevoel van opgesloten zijn in hun eigen hoofd, een leegte die moeilijk te vullen is. Maar waar Stekker zich stilhoudt, laat Van den Boogaert steeds duidelijker zien dat hij worstelt met zijn positie. De onderlinge spanningen binnen het peloton escaleren. Op een cruciaal moment kantelt alles: de vaandrig sluit zich opeens aan bij zijn manschappen, alsof hij eindelijk een plek heeft gevonden. Snijder vat dit moment meesterlijk samen: “Het aangekleefde peloton opende zich en omsloot de pelotonscommandant als een vleesetende plant.” De omslag heeft echter verstrekkende gevolgen…
Het verhaal verplaatst zich dan weer naar 1980 naar het groezelige hotel aan de Warmoesstraat waar de verbinding tussen de twee personages weer tot stand lijkt te komen.
Autobiografie en ingehouden emoties
Philip Snijder put voor De verbindingen deels uit eigen ervaring. Net als zijn hoofdpersoon vervulde hij in 1977 zijn dienstplicht op een Duitse NAVO-basis als radiotelefonist, na een mislukte studie. Toch is deze roman geen zuivere autobiografie; het blijft fictie, subtiel verweven met persoonlijke ervaringen.
Snijder excelleert in een observerende, ingehouden schrijfstijl. Hij suggereert veel, waardoor de lezer tussen de regels door moet lezen. Vooral de gesprekken tussen Stekker en de soldaten in de wachttorens zijn pareltjes van subtiele psychologie. Achter de banaliteit van dagelijkse praatjes schuilt een diepere laag van vervreemding, ongemak en machteloosheid.
Herkenbaar voor een hele generatie
Ken je het Handboek Soldaat nog? De appèls, het stampen met je voeten op de grond, de verplichte baret? Snijder brengt het allemaal tot leven. Voor wie zelf in dienst is geweest, zal deze roman een feest van herkenning zijn. Maar De verbindingen gaat verder dan nostalgie; het is een roman over identiteit, eenzaamheid en het moeizame zoeken naar verbinding in een wereld waarin je je niet altijd thuis voelt.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
Heerlijk boek met 'sterke' verhalen, passend bij de jaren van de militaire dienstplicht uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hilarisch, maar ook triest. Over verbinding hebben met elkaar. Vlot te lezen, heel toegankelijk geschreven en boordevol humor. Maar altijd is er een dieper laagje.
Stuurloze twintiger in een strak regime
Het verhaal begint in 1980. De naamloze hoofdpersoon heeft zijn studie pedagogiek niet afgemaakt en zwerft van baantje naar baantje. “Ik was vierentwintig, en in mijn leven viel nog steeds geen herkenbare lijn of groei te bespeuren.” Hij werkt als nachtreceptionist in een hotel voor rugzaktoeristen aan de Amsterdamse Warmoesstraat. Op een avond treft hij op het toilet een junk aan met een spuit in zijn dijbeen. Hij herkent hem onmiddellijk: vaandrig Van den Boogaert. De ontmoeting roept herinneringen op aan zijn diensttijd, waarin ze elkaar eerder kruisten.
Vanaf hier springt het verhaal drie jaar terug in de tijd. We leren de verteller beter kennen: een eenzame, stuurloze jongen die zich meer bezighoudt met pornofilms dan met zijn ‘studie’. Dan ploft de oproep voor de militaire keuring op de mat. “Er staan al jongens te wachten, allemaal met net zo’n sterke aandrang als ik om alsnog rechtsomkeert te maken en nu al te deserteren.” Hij wordt goedgekeurd en opgeleid tot radiotelefonist, gestationeerd op een NAVO-basis in Duitsland. Daar krijgt hij de bijnaam Stekker. Hij is niet enthousiast.
Rauwe realiteit van het kazerneleven
Snijder schetst de dagelijkse realiteit van de dienstplicht met een mengeling van droogkomische observaties en melancholie. Pesterijen, ontgroeningen, eindeloos exerceren, het onophoudelijk poetsen van wapens, de stoerdoenerij en het verlangen naar huis – het komt allemaal voorbij. “Ik moest zoveel mogelijk alleen maar zielloos dienstplichtig vlees worden dat een uniform vulde,” schrijft Snijder, waarmee hij de geestdodende routine treffend samenvat.
Als radiotelefonist moet Stekker dagelijks controleren of de telefoons in de wachttorens nog werken. Maar ‘verbindingen’ krijgen in het boek ook een diepere betekenis. Soldaten vertrouwen hem hun geheimen toe. “Zo werd ik een soort archivaris van de persoonlijke geheimen van het vierde peloton. Ik hield me aan de zwijgplicht.” Stekker zelf draagt ook een geheim met zich mee, een ‘schaamverhaal’ dat pas later in het boek wordt onthuld.
Macht en eenzaamheid: de vaandrig en de soldaat
Dan doet een nieuwe pelotonscommandant zijn intrede: vaandrig Ronald Cornelis van den Boogaert. Tot Stekkers verbazing herkent hij hem van de keuring. De vaandrig regeert aanvankelijk met ijzeren hand, maar zoekt tegelijkertijd toenadering tot Stekker. Wat bindt deze twee eenlingen? Ze delen een gevoel van opgesloten zijn in hun eigen hoofd, een leegte die moeilijk te vullen is. Maar waar Stekker zich stilhoudt, laat Van den Boogaert steeds duidelijker zien dat hij worstelt met zijn positie. De onderlinge spanningen binnen het peloton escaleren. Op een cruciaal moment kantelt alles: de vaandrig sluit zich opeens aan bij zijn manschappen, alsof hij eindelijk een plek heeft gevonden. Snijder vat dit moment meesterlijk samen: “Het aangekleefde peloton opende zich en omsloot de pelotonscommandant als een vleesetende plant.” De omslag heeft echter verstrekkende gevolgen…
Het verhaal verplaatst zich dan weer naar 1980 naar het groezelige hotel aan de Warmoesstraat waar de verbinding tussen de twee personages weer tot stand lijkt te komen.
Autobiografie en ingehouden emoties
Philip Snijder put voor De verbindingen deels uit eigen ervaring. Net als zijn hoofdpersoon vervulde hij in 1977 zijn dienstplicht op een Duitse NAVO-basis als radiotelefonist, na een mislukte studie. Toch is deze roman geen zuivere autobiografie; het blijft fictie, subtiel verweven met persoonlijke ervaringen.
Snijder excelleert in een observerende, ingehouden schrijfstijl. Hij suggereert veel, waardoor de lezer tussen de regels door moet lezen. Vooral de gesprekken tussen Stekker en de soldaten in de wachttorens zijn pareltjes van subtiele psychologie. Achter de banaliteit van dagelijkse praatjes schuilt een diepere laag van vervreemding, ongemak en machteloosheid.
Herkenbaar voor een hele generatie
Ken je het Handboek Soldaat nog? De appèls, het stampen met je voeten op de grond, de verplichte baret? Snijder brengt het allemaal tot leven. Voor wie zelf in dienst is geweest, zal deze roman een feest van herkenning zijn. Maar De verbindingen gaat verder dan nostalgie; het is een roman over identiteit, eenzaamheid en het moeizame zoeken naar verbinding in een wereld waarin je je niet altijd thuis voelt.
—
Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com
Leesadvies voor jongeren
Heerlijk boek met 'sterke' verhalen, passend bij de jaren van de militaire dienstplicht uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hilarisch, maar ook triest. Over verbinding hebben met elkaar. Vlot te lezen, heel toegankelijk geschreven en boordevol humor. Maar altijd is er een dieper laagje.
1
Reageer op deze recensie