Meer dan 6,3 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Hoe ga je om met een ‘litteken’?

Jan Stoel 02 maart 2025
Geschiedenis komt tot leven door verhalen van mensen. Tjeerd Schuhmacher (1954) brengt zo’n verhaal op indringende wijze in zijn biografische roman over Jacob Hiemstra (overleden in 1992), zijn Javaanse vrouw Roos en hun dochter Hilda. Het boek laat zien hoe de diensttijd in het KNIL de levens van militairen en hun gezinnen tekende na terugkeer in Nederland.
Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), opgericht in 1814 en opgeheven in 1950, was het koloniale leger van Nederlands-Indië. De vuurtorenwachter en zijn dochter begint vlak voor de Tweede Wereldoorlog en eindigt in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Avontuur en desillusie
Jacob (Jaap) Hiemstra groeit op in het Friese Jacobiparochie en meldt zich in 1939, op achttienjarige leeftijd, bij het Korps Koloniale Reserve om opgeleid te worden tot KNIL-soldaat. Het vooruitzicht van avontuur en een vast inkomen trekken hem aan. Hij vertrekt naar Indië, waar hij Roos ontmoet, een Javaanse vrouw. Tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) belandt Jaap als dwangarbeider in werkkampen, onder andere bij de beruchte Birma-spoorweg.
Na de oorlog keert hij met zijn vrouw en dochtertje Hillie/Hilda, die door Roos Djeni (dat betekent mooi) terug naar Nederland en vestigt zich als vuurtorenwachter op Schiermonnikoog.

Jaap vindt er rust, maar Roos voelt zich er verloren. Ze mist haar land, haar warmte, haar cultuur. Het eiland blijft voor haar koud en ongenaakbaar. Haar enige lichtpuntjes zijn onverwachte bezoeken van kennissen van Jaap, mannen die zich aangetrokken voelen tot haar exotische uitstraling. Terwijl Jaap zijn draai vindt, wordt Roos steeds ongelukkiger. De afstand tussen hen groeit, en hun dochter Hillie komt klem te zitten tussen twee werelden. In een poging zijn huwelijk te redden, besluit Jaap zijn baan op te geven en naar Amsterdam te verhuizen. Maar het is te laat.

Fictie en historische feiten
Deze waargebeurde geschiedenis, verweven met fictie, leest als een meeslepende roman. Schuhmacher brengt het Friese platteland en Schiermonnikoog in de vorige eeuw tot leven, rijk aan details en historische feiten. Hij schildert het alledaagse en bijzondere: de Elfstedentochtwinnaar Karst Leemburg (1929), de strenge winters met kruiend ijs, de Sint Jaasmet (jaarmarkt), het Klozumfeest en de militaire training bij het Korps Koloniale Reserve, waar de eerste regel luidde: “De majoor heeft altijd gelijk.” En regel twee? “Zo niet, dan treedt automatisch regel één in werking.”

Verloren en vergeten
Vanaf de proloog voel je de onderhuidse spanning. Roos trekt zich vaak terug op haar kamer, Hillie tekent stilletjes aan tafel, Jaap zoekt de kroeg op: “Hij ziet in één oogopslag wie het hier kennelijk ook beter hebben dan thuis.” De auteur trekt je het verhaal in en laat je niet meer los.
Schuhmacher geeft zijn personages een eigen stem. Met name Jaap en Hillie vertellen hun verhaal vanuit wisselend perspectief, wat zorgt voor dynamiek. De roman springt soepel door de tijd en ontrafelt stukje bij beetje het verzwegen verleden. Roos blijft daarbij meer op afstand – haar stem klinkt indirect, als een echo uit een andere wereld.
De roman maakt pijnlijk zichtbaar hoe slecht gerepatrieerde KNIL-gezinnen na de oorlog werden opgevangen. De Nederlandse overheid nam laat verantwoordelijkheid voor hun terugkeer, steun was minimaal en trauma’s werden genegeerd. Ze werden als buitenstaanders gezien en voelden zich ongewenst. Kinderen, zoals Hillie, worstelden met hun identiteit.
Was er tussen Roos en Jaap sprake van liefde, of speelde iets anders een rol? Dit verhaal is niet alleen persoonlijk, maar ook universeel. Het dwingt tot reflectie: hoe gaat Nederland vandaag om met nieuwkomers? De vergelijking met de Afghaanse tolken, die door Nederland in de steek werden gelaten na de terugtrekking uit Uruzgan in 2010, dringt zich op.

Het litteken als symbool
Schuhmacher speelt met contrasten: de idyllische jeugd van Jaap in Friesland versus de gruwelen van de dwangarbeid in Birma. Roos is afwisselend stil en hard, kwetsbaar en fel. Hillie worstelt met haar identiteit, en pas laat in het verhaal ontdek je waarom ze zich jaarlijks moet melden bij de politie in Den Haag.Een krachtig symbool is Jaaps litteken, waar hij steeds over strijkt. Het verwijst niet alleen naar zijn verleden, maar naar alles wat hij niet uitspreekt.
De roman kent prachtige stilistische passages. De vuurtoren, Jaaps toevluchtsoord, krijgt een diepere betekenis: het bewaken van het licht, het zoeken naar houvast in het duister. Wanneer hij daar staat, voelt hij zich vrij: “Draaiend op zijn hakken is hij ook licht als een vogel. En de zachtheid van het landschap onder de toren maakt steeds de weg vrij voor onderdrukte herinneringen aan verschrikkingen en dan voelt hij, naast oude angst, een enorme dankbaarheid.”

Deze roman is meer dan een biografie. Het gaat over universele thema’s als je ergens thuis willen voelen, familieconflicten, liefde die onder druk staat en een samenleving die niet altijd gastvrij is. De dynamische vertelstijl maakt dat je als lezer direct wordt meegezogen in de emoties en dilemma’s van de belangrijkste personages.



Voor het eerst gepubliceerd op Boekenkrant.com

Leesadvies voor jongeren
De vuurtorenwachter en zijn dochter is een aangrijpend verhaal over liefde, trauma en identiteit. Het KNIL en de koloniale oorlog in Indonesië wordt door persoonlijk en herkenbaar perspectief tot leven gebracht.

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Jan Stoel

Gesponsord

Een moeder zal alles op alles zetten om haar zoon vrij te pleiten, maar is hij wel zo onschuldig als ze denkt? Schrijf je nu in voor de Hebban Leesclub.