Lezersrecensie
Vasha brengt licht
Het prentenboek Het huis van Vasha van Irina Filcer (1973) en haar partner Aart Kramer is gebaseerd op een oud Russisch volksverhaal. En zoals dat vaak bij volksverhalen gaat zijn er heel wat versies van in omloop, bijvoorbeeld onder de naam Varenka.
Dit verhaal lijkt dichtbij Filcer te staan. Op haar website is te lezen dat Irina’s vader, de schilder Luis Filcer, als baby met zijn joodse familie vluchtte voor de antisemitische progroms van Stalin vanuit Oekraïne. Na omzwervingen door Mexico en Parijs leerde hij in Amsterdam Irina’s niet joodse moeder kennen. Haar vader zag Irina niet vaak, moeder hertrouwde, en Luis vertrok weer naar Mexico. Irina groeide op in Noord-Holland en woont nu op Terschelling met haar partner Aart Kramer. Filcer is autodidact en volgde cursussen en workshops bij onder meer Philip Hopman. In 2023 ontving ze de Boer Boris Premie, een aanmoedigingsprijs geïnitieerd door Ted van Lieshout en Philip Hopman.
Stef-Lev?
Heel wat elementen uit Irina’s familiegeschiedenis zijn in het boek geslopen. Zo komt er een schilder voor met de naam Stef. De oorspronkelijke naam van haar vader was niet Luis maar Lev. Het op de vlucht zijn voor het leger is ook zo’n element; en dat kleine meisje?
Vasha woont op het platteland in haar huisje, ze heeft een moestuin, een perenboom en kippen. Op de eerste prent zie je de oase van rust waarin Vasha woont en het zijn de details die je meteen opvallen: de kippen die naar het ‘kippenhuisje’ scharrelen, de keurig aangelegde moestuin en natuurlijk de perenboom. De rust wordt verstoord door “rollende donder in de verte. Is dat wel onweer?” Uit de bergen komen stedelingen aanlopen. Ze zijn op de vlucht. Vasha blijft waar ze is. Wie moet er anders voor de vogels zorgen? Het blijkt dat er een leger in aantocht is en het gedonder achter de bergen komt steeds dichterbij. Ze zingt dit lied:
“Oh bouw toch een muur
om mijn huisje heen
van hout, van klei, van zand of steen
desnoods een wal van riet misschien
zodat de soldaten
zodat de soldaten
zodat de soldaten ons niet zien.”
Op de vlucht
’s Ochtends staat er geen muur, maar wel een herder met een geit en de volgende dagen komen er steeds meer mensen, een schilder (!!; een verwijzing naar haar vader), en een meisje, die allemaal door Vasha opgenomen worden. Iedere keer zingen ze het liedje, maar ze vluchten niet. De winter komt, de soldaten marcheren… “En dan klinkt het minder luid. Zachter en zachter. Verder en verder.” Die paar korte zinnen vertellen een heel verhaal! Zo suggestief en vol gevoel gedaan. Dan wordt het lente…
Dit prentenboek nodigt uit om het over het op de vlucht zijn van mensen te hebben, over de verschrikkingen van de oorlog, over dat er altijd mensen zijn die hulp willen bieden. Maar vluchten voor wat je meemaakt ligt ook dichter bij huis. Wordt je gepest, voel je je veilig, ben je wel eens bang voor oorlog? Je kunt vluchten, maar ook blijven, sterk zijn. Het verhaal biedt ook aanknopingspunten over hoop houden op betere tijden, geloven in gerechtigheid en overleven. Misschien zitten er wel kinderen in de groep die gevlucht zijn. Durven zei iets te vertellen over wat ze meegemaakt hebben?
Dit is kunst
Filcer heeft een mooi taalgebruik, met een fijn ritme en biedt ruimte in die taal. Ze vult niet alles in, laat de verbeelding werken. De opbouw is die van een stapelverhaal: steeds komen er mensen bij die op de vlucht zijn; het gedonder van het leger wordt steeds luider (ondersteund door de grafische weergave van de letters Bomm Bomm Bomm, het lied komt steeds terug. De prenten geven het verhaal extra diepte: kleine figuren in een onmetelijk landschap.
Filcer weet angst treffend neer te zetten in tekst en beeld “Vasha dooft het vuur. De rook uit de schoorsteen mag hen niet verraden.” Je ziet een groot blauwgroen vlak en daarop een kleine uitsparing: een raam waar iedereen in het huis opeen gepropt naar buiten kijkt. Wat gaat er gebeuren. Dan volgt een aantal pagina’s zonder tekst, maar waar je in stilte kunt nadenken over wat er zou kunnen gebeuren. Het boek neemt je ook in de tinten van de prenten mee van het donker naar het licht. Ik noem het geen prenten, maar schilderijen, met een rake, delicate lijnvoering.
In dit boek is alles raak. Dit is kunst!. Kijk maar naar de cover: de ‘tocht van donker naar licht’. Je wordt naar het licht gezogen. “Een aangrijpend prentenboek” staat op de achterflap. Dat is de spijker op zijn kop!
Dit verhaal lijkt dichtbij Filcer te staan. Op haar website is te lezen dat Irina’s vader, de schilder Luis Filcer, als baby met zijn joodse familie vluchtte voor de antisemitische progroms van Stalin vanuit Oekraïne. Na omzwervingen door Mexico en Parijs leerde hij in Amsterdam Irina’s niet joodse moeder kennen. Haar vader zag Irina niet vaak, moeder hertrouwde, en Luis vertrok weer naar Mexico. Irina groeide op in Noord-Holland en woont nu op Terschelling met haar partner Aart Kramer. Filcer is autodidact en volgde cursussen en workshops bij onder meer Philip Hopman. In 2023 ontving ze de Boer Boris Premie, een aanmoedigingsprijs geïnitieerd door Ted van Lieshout en Philip Hopman.
Stef-Lev?
Heel wat elementen uit Irina’s familiegeschiedenis zijn in het boek geslopen. Zo komt er een schilder voor met de naam Stef. De oorspronkelijke naam van haar vader was niet Luis maar Lev. Het op de vlucht zijn voor het leger is ook zo’n element; en dat kleine meisje?
Vasha woont op het platteland in haar huisje, ze heeft een moestuin, een perenboom en kippen. Op de eerste prent zie je de oase van rust waarin Vasha woont en het zijn de details die je meteen opvallen: de kippen die naar het ‘kippenhuisje’ scharrelen, de keurig aangelegde moestuin en natuurlijk de perenboom. De rust wordt verstoord door “rollende donder in de verte. Is dat wel onweer?” Uit de bergen komen stedelingen aanlopen. Ze zijn op de vlucht. Vasha blijft waar ze is. Wie moet er anders voor de vogels zorgen? Het blijkt dat er een leger in aantocht is en het gedonder achter de bergen komt steeds dichterbij. Ze zingt dit lied:
“Oh bouw toch een muur
om mijn huisje heen
van hout, van klei, van zand of steen
desnoods een wal van riet misschien
zodat de soldaten
zodat de soldaten
zodat de soldaten ons niet zien.”
Op de vlucht
’s Ochtends staat er geen muur, maar wel een herder met een geit en de volgende dagen komen er steeds meer mensen, een schilder (!!; een verwijzing naar haar vader), en een meisje, die allemaal door Vasha opgenomen worden. Iedere keer zingen ze het liedje, maar ze vluchten niet. De winter komt, de soldaten marcheren… “En dan klinkt het minder luid. Zachter en zachter. Verder en verder.” Die paar korte zinnen vertellen een heel verhaal! Zo suggestief en vol gevoel gedaan. Dan wordt het lente…
Dit prentenboek nodigt uit om het over het op de vlucht zijn van mensen te hebben, over de verschrikkingen van de oorlog, over dat er altijd mensen zijn die hulp willen bieden. Maar vluchten voor wat je meemaakt ligt ook dichter bij huis. Wordt je gepest, voel je je veilig, ben je wel eens bang voor oorlog? Je kunt vluchten, maar ook blijven, sterk zijn. Het verhaal biedt ook aanknopingspunten over hoop houden op betere tijden, geloven in gerechtigheid en overleven. Misschien zitten er wel kinderen in de groep die gevlucht zijn. Durven zei iets te vertellen over wat ze meegemaakt hebben?
Dit is kunst
Filcer heeft een mooi taalgebruik, met een fijn ritme en biedt ruimte in die taal. Ze vult niet alles in, laat de verbeelding werken. De opbouw is die van een stapelverhaal: steeds komen er mensen bij die op de vlucht zijn; het gedonder van het leger wordt steeds luider (ondersteund door de grafische weergave van de letters Bomm Bomm Bomm, het lied komt steeds terug. De prenten geven het verhaal extra diepte: kleine figuren in een onmetelijk landschap.
Filcer weet angst treffend neer te zetten in tekst en beeld “Vasha dooft het vuur. De rook uit de schoorsteen mag hen niet verraden.” Je ziet een groot blauwgroen vlak en daarop een kleine uitsparing: een raam waar iedereen in het huis opeen gepropt naar buiten kijkt. Wat gaat er gebeuren. Dan volgt een aantal pagina’s zonder tekst, maar waar je in stilte kunt nadenken over wat er zou kunnen gebeuren. Het boek neemt je ook in de tinten van de prenten mee van het donker naar het licht. Ik noem het geen prenten, maar schilderijen, met een rake, delicate lijnvoering.
In dit boek is alles raak. Dit is kunst!. Kijk maar naar de cover: de ‘tocht van donker naar licht’. Je wordt naar het licht gezogen. “Een aangrijpend prentenboek” staat op de achterflap. Dat is de spijker op zijn kop!
2
Reageer op deze recensie