Meer dan 6,3 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Dieper zien

MaesInge 14 maart 2025
Merleau-Ponty is één van de grootste filosofen van de 20ste eeuw en een belangrijke vertegenwoordiger van de fenomenologische filosofie in Frankrijk. Zijn essay ‘Oog en geest’ schreef hij op het einde van zijn leven.
Het voorwoord in dit essay wordt verzorgd door Claude Lefort. Het betreft echter geen inleiding in de kerngedachten van de filosofie van Merleau-Ponty. Indien je onbekend bent met zijn gedachtegoed, dan raad ik je aan om eerst het boekje ‘De wereld waarnemen’ te lezen. Dit vormt een prachtige inleiding in zijn filosofie en kan zo behulpzaam zijn om dit essay naar waarde te schatten.
Bij Descartes (het cartesianisme) wordt de waarneming gereduceerd tot een vorm van denken (= het oog van de geest) in de veronderstelling om zo tot de essentie (= kwaliteiten en eigenschappen) te komen. Dit rationalistisch denken gaat ervan uit dat onze zintuigen ons niets waardevols leren. De fenomenologie (van Merelau-Ponty) wil de wetenschap weer in contact brengen met haar eigen wortels in de voorwetenschappelijke leefwereld (via de zintuigen).
Om zijn filosofie aanschouwelijk te maken, maakt Merleau-Ponty graag gebruik van de schilderkunst. Dit werkt hij uit in dit essay. “Het werk van de schilder overtuigt Merleau-Ponty van de onmogelijke splitsing van het zien en van het zichtbare, van de verschijning en van het zijn.” Het kan niet uitmonden in een oplossing maar levert toch kennis op. Bijgevolg blijven beide, het kunstwerk en de filosofie, steeds onvoltooid, net zoals het weten en het kennen. Het gaat er niet om dat men zijn mening over de wereld tot uitdrukking brengt, maar dat zijn zien een gebaar wordt.

In een eerste hoofdstuk geeft hij kritiek op de manier waarop de wetenschap zichzelf vorm heeft gegeven, door het verabsoluteren van de wetenschap, alsof alles alleen maar ooit voor het laboratorium bestemd was. Van de filosoof wordt steeds verwacht dat hij een positie inneemt t.o.v. de wereld. Een schilder daarentegen kan zich terugtrekken, zonder de plicht tot waardeoordelen. Hij hoeft niets bij te dragen (vb. aan de hoop of de woede).

In het tweede hoofdstuk gaat hij dieper in op de verbondenheid tussen het waarnemende (lichaam) met het waargenome (object). Van daaruit probeert hij uit te leggen op welke manier een schilder ziet. Het oog, als middel dat zelf zijn doelen vaststelt, is dat wat in beroering wordt gebracht door een zekere botsing met de wereld en dat dan weer doorgeeft aan het zichtbare via het kunstwerk. Licht, belichting, schaduwen, weerspiegelingen, kleur, … worden gewoonlijk niet gezien door het ongeoefende zien.
Het zien van de schilder is een voortdurend geboren worden (zoals een mens in een moederlichaam). Omdat handelen en ondergaan moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, weet men niet langer wie ziet en wie gezien wordt, wie schildert en wie wordt geschilderd. Een volledig doordringen en onderdompelen.
De schilderkunst bestaat bijgevolg vol paradoxen: essentie en existentie, het imaginaire en het werkelijke, het zichtbare en het onzichtbare.

In het derde hoofdstuk gaat hij dieper in op het verschil tussen de denkwijze van Descartes en zijn eigen filosofie. Hij bespreekt ruimte, diepte en het Zijn op zo’n bijzonder complexe wijze dat ik zijn betoog niet langer helder kan volgen.

Maar het volgende hoofdstuk brengt hij deze materie gelukkig beter hanteerbaar. In dit 4de hoofdstuk borduurt hij verder op het begrip ‘diepte’ in de schilderkunst waarin hij diepte niet bekijkt als een soort afstand maar als een manier van Zijn waarnaar men op zoek is. De ruimte en de inhoud moeten samen worden gezocht (dus zowel de afstand van de lijn, de afstand van de vorm en de kleur) om zo een beetje dichter bij ‘het hart van de dingen’ te komen. De schilder werpt niet alleen een blik op de buitenkant. Het gaat niet alleen om representatie maar door concentratie kan hij als het ware ‘de huid van de dingen’ opensnijden.
De kunst is geen constructie van een buitenwereld maar het zien van een pre-existentie. Het is deze innerlijke bezieling, deze uitstraling van het zichtbare, die de schilder onder de benamingen diepte, ruimte en kleur zoekt. Zo is er in de werkelijkheid ook geen zichtbare lijn die het object (vb. een appel) afbakent ten opzichte van de wereld.
De schilderkunst staat nooit geheel en al buiten de tijd, doordat ze zich altijd in het lijfelijk aanwezige bevindt. Men moet het oog als het ‘venster van de ziel’ begrijpen. Het oog vervult het wonder voor de ziel dat door dat te openen wat geen ziel is, de gelukzalige wereld van de dingen en hun god, de zon. Een schilder kan niet toegeven dat onze opening naar de wereld denkbeeldig of indirect is, dat wat wij zien niet de wereld zelf is, dat de geest alleen met zijn eigen gedachten of met een andere geest te maken heeft.

Op de oerbodem van het zichtbare heeft zich iets geroerd, is iets ontvlamd, dat zijn lichaam binnen dringt, en alles wat hij schildert is een antwoord op deze eerste aanzet. Het keert terug naar het oog en er voorbij om zo de cirkel volledig te doorlopen. Het is het stilzwijgende Zijn dat er zelf toe komt zijn eigen zin te openbaren.
Merleau-Ponty schreef dit essay in 1960. Deze versie is verschenen in 1996. De vertaling maakt het echter niet altijd even eenvoudig om de kern te doorgronden. Het essay bevat veel lange zinnen met soms een te veel aan bijzinnen. Het woordgebruik dat soms ook wat te archaïsch aan, wat de vlotheid van het lezen niet bevordert.
Toch besluit ik door te zetten. Soms kom ik er vanzelf meer en meer in, maar het vraagt wel enige moeite. Op een gegeven moment kan ik hem beter volgen. Er is inderdaad een groot verschil tussen ‘gewoon zien’ en ‘zien als een kunstenaar’, wat nog meer verschil oplevert dan het verschil tussen ‘kijken’ en ‘zien’. En dat kan de wetenschap inderdaad niet ontrafelen omdat er nog zoveel andere dimensies een rol spelen.

Reageer op deze recensie

Meer recensies van MaesInge

Gesponsord

Een moeder zal alles op alles zetten om haar zoon vrij te pleiten, maar is hij wel zo onschuldig als ze denkt? Schrijf je nu in voor de Hebban Leesclub.