Meer dan 6,3 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

lange maar hopelijk interessante recensie.. :-)

Paul 24 november 2023
*****Spoiler Allert*****

https://podcastluisteren.nl/pod/Reve-tot-leven

Nop Maas
Voor je waardering van dit boek hoef je geen roman van Reve gelezen te hebben. De beschouwingen van Nop Maas en Reves’ briefwisselingen zijn buitengewoon interessant leesmateriaal. Reve vond dat het schrijverslandschap van zijn tijd geen zelfspot had. In dit boek zie ik dat hij zelf tijdens het dagelijkse besogne daar ook niet veel van in huis had. Cynisme in overvloed maar zelfspot zelden. Anderen openlijk betichten van een gebrek daar aan vond hij heerlijk. En mensen framen was sowieso zijn lust en zijn leven.

Schrijvers (m/v) die naam verworven hadden in de roerige jaren 60 en 70 hadden iets spannends wat je bij hedendaagse schrijvers mist. Over alles zeiken was kenmerkend voor Reve in die decennia. Reve zelf prefereert ‘zijken’ als een betere schrijfwijze. Er was altijd wel iemand die het bloed onder de nagels vandaan gehaald moest worden. In geval van Gerard Reve wordt in het schrijversjargon gesproken van ‘Reviaanse ironie’. De tegenstellingen in de maatschappij waren groot. Ikzelf ben van een latere generatie dan Reve. Maar meer expliciete stellingnames dan die Reve in nam kom je in de literatuur zelden tegen. Hij verstootte tegen vele taboes.

Pedofilie
Reve en zijn partner Joop Schafthuizen stoeiden in hun privéleven met jonge jongens op de grens van adolescentie. Schafthuizen werd in 2001 juridisch aangeklaagd voor pedofilie, nadat hij zelf openbaar had gemaakt seksuele handelingen te hebben verricht met een 13 jarig jongetje. Dat leidde uiteraard tot veel commotie. Reve zelf vervlechtte zijn door hem omarmde katholieke geloof en de kerk met zijn expliciete homoseksuele fantasieën. Reve had een broertje dood aan ‘fatsoenlijke omgangsnormen’. In zake van omgang met minderjarigen week de opvatting van met name Schafthuizen af van de geldende normen hier over in de samenleving.

Dit derde deel begint in het jaar 1975 - het jaar waarin ikzelf 17 jaar werd. Ik zie gravend in mijn geheugen een bemoeizuchtig man die constant verongelijkt en onbegrepen lijkt, en zich daar bovenop voortdurend ergert aan de achterlijkheid van (bijna) iedereen. Dit boek bevestigt mijn herinneringen aan hem. Reve uitte zich op schrift vrijwel altijd op een laatdunkende en fascinerend scherpe wijze. Dit boek lezende denk ik aan Reve als een bitch waarvoor je je in acht diende te nemen. Een aap op de apenheul van de schrijverskolonie van die tijd. Zeer concurrentiebehoeftig. Als mens wispelturig en ongrijpbaar. Dodelijk framend. Het woord en de pen hanterend op een manier die voor de onderworpenen aan zijn toorn een gruwel moeten zijn geweest. Zichzelf portretterend als een onbegrepen slachtoffer die, zo nu en dan, toe gaf dat hij niet de beste omgangsnormen had gehad. Slechts een enkeling die hij in vertrouwen nam. Arme zielen die na een eerste omarming door hem, later van het ene op het andere moment in ongenade vielen. Een fascinerend persoon met dubieuze opvattingen die zichzelf in het centrum van de wereld zag maar niet wist wat hij met zich zelf aan moest. En derhalve zijn hele leven er aan spendeerde te zoeken naar wie hij nu eigenlijk was. Iemand die bij vlagen niet begreep dat er nog mensen waren die empathie voor hem opbrachten, en hij dit alleen kon verklaren aan de hand van het argument dat er aan hem geld te verdienen viel.

Passage uit het boek.
Uit een briefwisseling 23 mei met Wout Woltz NRC Handelsblad in 1981. Reve schrijft dit op dat moment verblijvend (woonachtig) in Engeland aan de kust.
‘ik wordt altijd geiler van de skinheads dan van de punks. De wreedheid van die eersten is veel romantieser (spelling Reve) dan die van de punks. Ik heb altijd zeer buitensporige liefdesgedachten als ik een skinhead zie. Ze eisen niet veel als ze af en toe een kleurling mogen lynchen en een bezoekerscentrum in brand steken…’

In dit voorbeeld zijn vele kanten te zien van de persoonlijkheid van Reve. De erotiek die hem constant overmant (hij is bij het geringste verliefd op jonge jongens; is dit echt? of is het een spel dat hij ook in zijn privé-brieven speelt?), zijn primitieve gevoelens die hij graag naar eigen zeggen de vrije hand laat, de voor hem zelf onverklaarbare fascinering voor simpele zielen, de drang om geen enkel taboe onbespreekbaar te laten, zijn Reviaans verheerlijken van onbehoorlijk gedrag, zijn kietelen van progressief Nederland (heden ten dagen zouden wij die laatsten de politiek correcten noemen). Hij zal en moet dit soort beschouwingen ventileren omdat hij Reve is.

Reve de katholiek, en de communisten.
In de jaren zestig was er bijna geen grotere controverse denkbaar dan het conservatieve katholicisme aan de ene kant en het progressieve socialisme/communisme aan de andere kant. Reve koos niet alleen voor het katholicisme maar daarnaast ook voor een uitgesproken verering van de moederfiguur met de daarmee gepaard gaande symbolieken (Maria). Reve proclameerde dat het matriarchaat de oorsprong van het bestaan is. In die positie manoeuvreerde hij zich binnen en buiten de katholieke kerk in een positie waarbij hij vele vragen op wierp en onbegrip oogstte. Opvallend was ook zijn woordgebruik op schrift (en veelal ook in spraak). Het doet mij denken aan de vrome spreektaal van bisschoppen en kardinalen zoals Simonis er een was. ‘….’ Ik denk dat Reve bewust dat vrome woordgebruik is gaan cultiveren om zijn persoonlijke keuze voor het katholicisme te onderstrepen.

Lust en dwangmatige bezitsdrang
Reve en Schafhuizen hadden een open relatie. Heel wat mensen kwamen zo langs bij Reve. Hetzij bij toeval, hetzij dat hij ze opzocht. Maar Reve verwarde verliefdheid veelal met bezitsdrang en lust. Reve was snel dwingend. Zo kwam nam hij ook contact op met de Oost Duitse schrijver Andreas Sinakowski. Hij zag hem voor het eerst in 1992 bij een uitzending op TV van Adriaan van Dis. Hij was gelijk van de jongeman gecharmeerd. Hij spande Schafthuizen voor het karretje hem met de jongen in contact te brengen. Na enige tijd van innige telefonische contacten en briefwisselingen worstelde Sinakowski zich met een ultieme brief onder de verstikkende dwang van Reve uit. In die brief getuigde hij naast liefde en achting ook van boosheid en afschuw. Hij moest niets hebben van dat revisme met zijn sadomasochisme in een katholieke saus’.

Alcohol
Reve had zich in het openbaar geregeld niet in de hand. Mede als gevolg van zijn alcoholprobleem. Een voorbeeld: Tijdens een bijeenkomst op de Nederlandse Ambassade van Sri Lanka krijgt Reve het aan de stok met een Haagse ambtenaar en zijn vrouw. De vrouw wordt door Reve na een opmerking van haar over zijn gedrag tegen de grond geslagen. Na het sussen van de situatie door de zaakgelastigde Kuethe blijft Reve toch nog agressief. Bij zijn instappen in de klaar staande dienstauto laat Reve zich daarna ook nog uitdagen door een groep Wageningse studenten. Ook hen wil hij te lijf gaan. Reve blijkt vaker dan eens onder invloed van alcohol onverwacht agressief te reageren om later achter de privédeur in huilen uit te barsten. En zoals we dat van alcoholisten kennen wordt hij heen en weer geslingerd tussen erkenning en ontkenning van zijn alcoholprobleem. Ook zijn partner Schafthuizen heeft waarschijnlijk een alcoholprobleem.

Racisme en het apartheidsregime
Reve had geen moeite te hebben met het apartheidsregime. Zijn gruwel voor het welzijn van Zuid Afrika was een ontwikkeling zoals in Rhodesië was geweest. Daar was door een zwarte machtsovername de democratie gelijk afgeschaft. Reve ging er geregeld op vakantie en hij heeft een tijd overwogen zich in Zuid Afrika te vestigen. Op de website van BNN/VARA tref ik een opiniestuk uit 2021 aan van Han van der Horst (historicus). De kop van het stuk ‘reken maar dat Reve een racist was’ en de volgende passages daar uit: ‘Hij leefde te vroeg om de Marokkanen op de korrel te nemen. In plaats daarvan richtte hij zijn gifpijlen op de zogenaamde “rijksgenoten”, mensen uit Suriname en de Antillen. Uit vrees voor wat er na de onafhankelijkheid zou gebeuren, emigreerde ongeveer de helft van de Surinaamse bevolking in de jaren zeventig naar Nederland. Deze immigranten kregen dezelfde verwijten naar hun hoofd geslingerd als heden ten dage asielzoekers, Marokkanen en moslims in het algemeen: ze weigeren zich aan te passen. Ze doen niet mee. Ze zijn een gevaar voor vrouwen. Ze komen alleen om van de sociale voorzieningen te profiteren. Ze leggen beslag op de huizen. Zij krijgen alles. Wij krijgen niets.’ En vervolgens: ‘Nu moeten we nog van die Surinaamse en Curaçaose & Antilliaanse troep af. Ik ben er erg voor, dat die prachtvolken zo gauw mogelijk geheel onafhankelijk worden, en ons niks meer kosten, zodat we ze allemaal met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot kunnen zetten, enkele reis Takki Takki Oerwoud, meneer!” Toen deze regels geschreven werden, ging al menig wenkbrauw omhoog.’ Han van der Horst verder: ‘De fans echter spraken van “Reviaanse ironie”. Hij was een superieure grappenmaker’.

Reves’ bewondering voor Céline
Reve bewonderde (net als Hermans overigens) de Franse schrijver Louis Ferdinand Céline. Han van der Horst schrijft over Céline: ‘De beste beschrijving van hoe het voelt tijdens de Eerste Wereldoorlog in een loopgraaf te liggen, vormt het begin van “Reis naar het Einde van de Nacht” door Louis-Ferdinand Céline. Velen beschouwen hem als de grootste Franse schrijver ooit. Daarvoor zijn argumenten te over. Toch was hij tijdens de bezetting van Frankrijk een overtuigd collaborateur die in 1944 voor de geallieerden naar Duitsland vluchtte. Ook daar schreef hij een magistrale autobiografische roman over “Van het ene Kasteel naar het Andere”. Hij was een geheide jodenhater die daar in woord en geschrift uiting aan gaf, net als zijn generatiegenoot Robert Brasillach.’

Inkomen en Geld
In dit derde deel blijkt dat Reve en Schafthuizen voortdurend bezig waren met onderhandelen met uitgeverijen en het genereren van inkomen en geld. Joop Schafthuizen was belangrijk als tegenhanger voor de onberekenbaarheid en de instabiliteit van Reve. Hij was de laatste vaste partner in Reves’ leven. Hij was jaren jonger dan Reve. Joop Schafthuizen bracht niet alleen structuur aan in het huishouden, maar ook in de manier waarop Reve zijn werken archiveerde. Reve zelf was zakelijk genoeg om zijn schrijversnaam op allerlei manieren te gelde te maken. Maar onderhandelen was een tweede natuur van Joop Schafthuizen. Hij heeft Reve ook bewust gemaakt van de waarde van een goede ordening van zijn werk. Daar hield Schafthuizen zich mee bezig. Door die goede ordening van Reves’ werk was Reve in staat goed onderbouwde commerciële deals uit te onderhandelen. De orde die Schafthuizen bracht was de backbone van menig zakelijke deal met de diverse uitgevers. Mij deden Reves’ zakelijke instelling denken aan documentaires van Anton Heijboer de kunstschilder. Die wist ook dat het publiek tóch altijd zijn werken kocht, egaal. Dat dat op een gegeven moment aan sleet onderhevig was, was niet erg zolang die sleet maar bij leven en welzijn beperkt kon worden. Ook Reves’ briefwisselingen met Renate Rubenstein werd tegen betaling uit gegeven en openbaar gemaakt. Renate Rubenstein over de brievenhandel: ‘Dat duo is een roverspaar. Zoals die centen tellen heeft iets vooroorlogs’

Dementie en overlijden
Eind jaren negentig tot zijn dood werd Reve alsmaar dementer. Schafthuizen werd in feite een mantelzorger. Ook besliste Schafthuizen meer en meer over het verzilveren van het literaire werk van Reve en hun gezamenlijke bezittingen. Schafthuizen was altijd al de zakelijke van het duo geweest maar door deze levensfase van Reve besliste hij zelf meer en meer, zonder ruggenspraak met Reve. Reve overleed op 8 april 2006.

Dit is het derde en laatste deel van de reeks over Reve. De twee eerste delen heb ik (nog) niet gelezen.. Wie weet ga ik die ook nog tot mij nemen… Als ik weer eens een keer in de stemming ben voor deze man. Even afkicken nu…

Reageer op deze recensie

Meer recensies van Paul

Gesponsord

Een moeder zal alles op alles zetten om haar zoon vrij te pleiten, maar is hij wel zo onschuldig als ze denkt? Schrijf je nu in voor de Hebban Leesclub.