Lezersrecensie
Een Westerse Robin Hood? Of gewoon een egotripper?
2/5 sterren
Bill Browder’s Vijand van de Russische staat begint veelbelovend. Het boek duikt direct in de chaotische overgangsperiode na de val van de Sovjet-Unie, waarin oligarchen hun zakken vulden en de rest van het land toekeek. Fascinerend en bizar, en Browder schetst deze turbulente tijd met flair. De eerste hoofdstukken – waarin hij vertelt over zijn jonge jaren als hedgefundmanager in Rusland – laten je denken dat je een meeslepende pageturner in handen hebt. Maar helaas: dat gevoel verdwijnt snel.
De reden? Browder zelf. Zijn valse bescheidenheid werkt al snel op de zenuwen. Alles wat hij doet, lijkt in zijn eigen ogen een meesterwerk van briljante intelligentie of ongeëvenaarde sociale finesse. Browder positioneert zichzelf als een Westerse David die de Russische Goliath te lijf gaat, maar daarbij vergeet hij één ding: sympathie opwekken.
Wat écht steekt, is hoe hij zijn eigen onvolkomenheden gladstrijkt. Natuurlijk, het is hartverscheurend wat zijn advocaat Sergej Magnitski is aangedaan door de Russische machthebbers. Dat onrecht staat buiten kijf. Maar Browder als onberispelijke held? Kom op. Zijn zelfingenomenheid druipt van de pagina’s. Of het nu gaat om zijn slimme zakendeals, zijn indrukwekkende afkomst (want ja, z’n opa was de enige communistische presidentskandidaat in de VS), of zijn vermeende sociale vaardigheden: Browder spaart zichzelf geen enkel compliment.
Het wordt vermoeiend. En eerlijk gezegd ook saai. Juist een vleugje zelfspot of een inkijkje in zijn imperfecties had dit verhaal zoveel beter gemaakt. Want laten we eerlijk zijn, imperfect is hij zeker: een man die zijn gezin opzij schuift voor zijn carrière, geobsedeerd door rijkdom, en een tikkeltje narcistisch.
Als je ervan geniet om je te ergeren aan een hoofdpersoon met een groot ego, dan is dit boek wellicht iets voor jou. Zo niet, dan is Vijand van de Russische staat vooral een gemiste kans. Jammer, want het verhaal verdient een minder zelfingenomen verteller.
Bill Browder’s Vijand van de Russische staat begint veelbelovend. Het boek duikt direct in de chaotische overgangsperiode na de val van de Sovjet-Unie, waarin oligarchen hun zakken vulden en de rest van het land toekeek. Fascinerend en bizar, en Browder schetst deze turbulente tijd met flair. De eerste hoofdstukken – waarin hij vertelt over zijn jonge jaren als hedgefundmanager in Rusland – laten je denken dat je een meeslepende pageturner in handen hebt. Maar helaas: dat gevoel verdwijnt snel.
De reden? Browder zelf. Zijn valse bescheidenheid werkt al snel op de zenuwen. Alles wat hij doet, lijkt in zijn eigen ogen een meesterwerk van briljante intelligentie of ongeëvenaarde sociale finesse. Browder positioneert zichzelf als een Westerse David die de Russische Goliath te lijf gaat, maar daarbij vergeet hij één ding: sympathie opwekken.
Wat écht steekt, is hoe hij zijn eigen onvolkomenheden gladstrijkt. Natuurlijk, het is hartverscheurend wat zijn advocaat Sergej Magnitski is aangedaan door de Russische machthebbers. Dat onrecht staat buiten kijf. Maar Browder als onberispelijke held? Kom op. Zijn zelfingenomenheid druipt van de pagina’s. Of het nu gaat om zijn slimme zakendeals, zijn indrukwekkende afkomst (want ja, z’n opa was de enige communistische presidentskandidaat in de VS), of zijn vermeende sociale vaardigheden: Browder spaart zichzelf geen enkel compliment.
Het wordt vermoeiend. En eerlijk gezegd ook saai. Juist een vleugje zelfspot of een inkijkje in zijn imperfecties had dit verhaal zoveel beter gemaakt. Want laten we eerlijk zijn, imperfect is hij zeker: een man die zijn gezin opzij schuift voor zijn carrière, geobsedeerd door rijkdom, en een tikkeltje narcistisch.
Als je ervan geniet om je te ergeren aan een hoofdpersoon met een groot ego, dan is dit boek wellicht iets voor jou. Zo niet, dan is Vijand van de Russische staat vooral een gemiste kans. Jammer, want het verhaal verdient een minder zelfingenomen verteller.
1
Reageer op deze recensie