Lezersrecensie
Een tragisch verhaal over vriendschap en verlies – met een moordlustige auto
Een donkere King. Maar o, wat goed.
Als je net als ik dol bent op Stephen King’s schrijfstijl — slim, intens boeiend, met oog voor karakterontwikkeling — dan is Christine er zeker een om aan je lijstje toe te voegen. 22-11-63 is een van mijn lievelingsboeken, wat ik onder ‘lichtere King’ zou scharen. Christine is duidelijk van een duisterder kaliber. De cover met doodshoofden op de sprayed edges schreeuwt horror, en eerlijk: als King niet de auteur was geweest, had ik het boek misschien nooit opgepakt, omdat het me wel heel gruwelijk leek. Maar wat ben ik blij dat ik dat wél deed.
Vanaf de eerste bladzijde zat ik in het verhaal. Het begint vrij normaal: twee vrienden, Dennis en Arnie, aan het eind van de middelbare school. Arnie is een underdog, een jongen die er nooit echt bij hoorde. En dan koopt hij Christine — een oude Plymouth Fury — en vanaf dat moment verandert alles.
Wat King zo goed doet, is de overgang van ‘normaal’ naar ‘bizar’ zo subtiel en geloofwaardig maken, dat je pas laat in de gaten hebt hoe ver het eigenlijk al gegaan is. De spanning bouwt zich langzaam op, en voor je het weet zit je dan midden in een stormnacht waarin Christine letterlijk bezit neemt van het verhaal — en van de mensen erin. Een van de scènes die me het meest bijbleef, was hoe Christine een huis aanvalt. Doodeng, zó beeldend geschreven.
Het boek wordt grotendeels verteld vanuit Dennis, Arnie’s vriend, en dat perspectief werkt heel goed. Als lezer leef je met hem mee, ook als hij dingen doet die niet per se netjes zijn. Dat maakt het echt: mensen zijn zelden zwart-wit. Arnie riep bij mij minder sympathie op, al bleef hij ook tragisch — de jongen met wie je medelijden hebt, die een grote bek ontwikkelt maar waar je het liefst doorheen zou willen prikken.
De sfeer? Beklemmend, verleidend en tragisch.
De thema’s? Vriendschap, volwassen worden, erbij willen horen.
Het gruwelijke zit ‘m niet in bloederige horror, maar in hoe het verhaal onder je huid kruipt. Je gaat anders naar auto’s kijken. Ik in ieder geval wel.
En ja, het einde… dat klopte. En toch bleef het nog een beetje sudderen. Alsof het nog niet helemaal klaar is.
Een aanrader? Zeker wel. Ook voor lezers die niet per se van horror houden. Want dit boek gaat verder dan gruwel: het gaat over mensen. Over keuzes. Over wat ons maakt tot wie we zijn.
Als je net als ik dol bent op Stephen King’s schrijfstijl — slim, intens boeiend, met oog voor karakterontwikkeling — dan is Christine er zeker een om aan je lijstje toe te voegen. 22-11-63 is een van mijn lievelingsboeken, wat ik onder ‘lichtere King’ zou scharen. Christine is duidelijk van een duisterder kaliber. De cover met doodshoofden op de sprayed edges schreeuwt horror, en eerlijk: als King niet de auteur was geweest, had ik het boek misschien nooit opgepakt, omdat het me wel heel gruwelijk leek. Maar wat ben ik blij dat ik dat wél deed.
Vanaf de eerste bladzijde zat ik in het verhaal. Het begint vrij normaal: twee vrienden, Dennis en Arnie, aan het eind van de middelbare school. Arnie is een underdog, een jongen die er nooit echt bij hoorde. En dan koopt hij Christine — een oude Plymouth Fury — en vanaf dat moment verandert alles.
Wat King zo goed doet, is de overgang van ‘normaal’ naar ‘bizar’ zo subtiel en geloofwaardig maken, dat je pas laat in de gaten hebt hoe ver het eigenlijk al gegaan is. De spanning bouwt zich langzaam op, en voor je het weet zit je dan midden in een stormnacht waarin Christine letterlijk bezit neemt van het verhaal — en van de mensen erin. Een van de scènes die me het meest bijbleef, was hoe Christine een huis aanvalt. Doodeng, zó beeldend geschreven.
Het boek wordt grotendeels verteld vanuit Dennis, Arnie’s vriend, en dat perspectief werkt heel goed. Als lezer leef je met hem mee, ook als hij dingen doet die niet per se netjes zijn. Dat maakt het echt: mensen zijn zelden zwart-wit. Arnie riep bij mij minder sympathie op, al bleef hij ook tragisch — de jongen met wie je medelijden hebt, die een grote bek ontwikkelt maar waar je het liefst doorheen zou willen prikken.
De sfeer? Beklemmend, verleidend en tragisch.
De thema’s? Vriendschap, volwassen worden, erbij willen horen.
Het gruwelijke zit ‘m niet in bloederige horror, maar in hoe het verhaal onder je huid kruipt. Je gaat anders naar auto’s kijken. Ik in ieder geval wel.
En ja, het einde… dat klopte. En toch bleef het nog een beetje sudderen. Alsof het nog niet helemaal klaar is.
Een aanrader? Zeker wel. Ook voor lezers die niet per se van horror houden. Want dit boek gaat verder dan gruwel: het gaat over mensen. Over keuzes. Over wat ons maakt tot wie we zijn.
1
Reageer op deze recensie