Verdiepingsartikel - Ontsnapping uit Westerbork
Frank schreef een serie verdiepingsartikelen over zijn onderzoek die hij graag met de leesclub wil delen. Vandaag vertelt hij over zijn onderzoek naar de oorlogsverhalen van Izaac en de ontsnapping van Moses uit Westerbork.
- door Frank Krake -
Izaac Brücker vertelt anderhalf uur lang spectaculaire verhalen in zijn video-testimonial. Op moment van opnemen is hij al 75 jaar oud, maar aan zijn geheugen blijkt helemaal niets te mankeren. De bloedserieuze en levensgevaarlijke oorlogsverhalen lijken uit zijn mond meer op avonturen uit een jongensboek. Een combinatie van Arendsoog en De Kameleon, maar dan met de dood als gevolg als het misgaat. Ik moet eerlijk zijn, toen ik ze voor het eerst hoorde leek het me onwaarschijnlijk dat het allemaal echt zo was gebeurd. Arrestaties, ontsnappingen, schietpartijen, vrijkopen van mensen met juwelen, vervalsen van papieren, werkelijk alles kwam voorbij in zijn getuigenis.
Ik ben begonnen met het transcriberen van de gesproken tekst. Vervolgens ben ik verhaal na verhaal en anekdote na anekdote uit gaan pluizen. Soms had ik na een dag zoeken en navragen bij familie al bewijstukken in handen, in andere gevallen nam dat jaren in beslag. Maar al dat research had één ding gemeen: uiteindelijk bleken de verhalen van Izaac Brücker woord voor woord waar gebeurd te zijn. Het boek is er mee doorspekt, maar één verhaal was te bijzonder om onvermeld te laten. In de tekst lees je er gewoon overheen, en dat moet ook, de details van het onderzoek zelf passen nu eenmaal niet in het boek. Ik vertel er op deze plek graag over.
Het begon met de onwaarschijnlijke beschrijving van een bezoek van Izaac en zijn vader aan Westerbork. Om Catharina vrij te krijgen reisden ze vanuit Schiedam naar het concentratiekamp op de Drentse heide.Vader en zoon droegen geen ster en begaven zich in het hol van de leeuw. Ik stel mij voor hoe dat moet zijn geweest. Als Jood je vrijwillig melden aan de poort van een concentratiekamp (doorvoerkamp), een op vervalste papieren gebaseerde verklaring tonen en vragen om de vrijlating van je dochter resp. zuster. Hoe koelbloedig, hoe moedig, hoe brutaal maar tegelijkertijd wanhopig moet je dan zijn?
Moses, toen al in de vijftig, hield er zijn ogen en oren open en sloeg de situatie in zich op. Maar hij kon niet bevroeden dat hij een paar maanden later op deze plek terug zou keren, niet vrijwillig maar als gevangene. Gedoemd om in het kamp te verdwijnen om nooit meer in vrijheid terug te keren. Aldus geschiedde. In december 1942 stopte de trein met gevangen genomen Joden aan boord en Moses was één van hen. Hij zag hoe ze het kamp naderden en broedde op een plan. Nadat de trein tot stilstand kwam, wachtte hij zo lang mogelijk. Zijn medegevangenen stapten uit en werden naar de registratiebarak gejaagd. Toen de trein bijna leeg was zag Moses een begrafeniskoets naderen. Daarachter liep een oude man met gebogen hoofd. Net voordat de lijkkoets zijn wagon passeerde, stapte Moses uit, om meteen met de man mee te lopen en een kort praatje met hem te houden. Bij het hokje van de marechaussee keek ook Moses naar de grond en zetten zijn meest treurige gezicht op. Omdat hij nog steeds geen ster droeg, dachten de bewakers dat hij bij de stoet hoorde, die onderweg was naar de Joodse begraafplaats in Assen. Ook de SS-ers, die het tafereel op afstand aanschouwden, grepen niet in. Ze vertrouwden op de accuraatheid en oplettendheid van de Nederlandse marechaussee, die ze steevast de kastanjes uit het vuur lieten halen. Zo liep Moses zomaar het kamp uit, de vrijheid tegemoet. In Assen gekomen nam hij de trein terug naar Rotterdam en dook onder. Dit hele verhaal klonk mij nogal onwaarschijnlijk in de oren. Navraag bij de curator van Westerbork leerde echter dat er wel degelijk ontsnappingen als deze bekend waren.
Een nieuwe speurtocht begon. In het Rotterdamse stadsarchief vond ik een op naam van Moses gestelde kaart van de Rotterdamse politie – Groep 10, van de beruchte Jodenjagers. Daarop de datum van arrestatie van Moses én de datum dat hij naar Westerbork is getransporteerd: 11 december 1942. Volgens de getuigenis van zijn zoon Izaac ontsnapte Moses direct na aankomst. In diezelfde getuigenis vertelde hij dat de lijkkoets op weg was naar de Joodse begraafplaats in Assen. De vraag kwam bij mij op of die begraafplaats misschien nog altijd bestond en of daar wellicht ook een archief is bijgehouden tijdens de oorlogsjaren van begrafenissen aldaar. Ik zoek verder.
Op de website van de Joodse begraafplaats Assen kom ik al een stukje verder. Er blijkt keurig te zijn bijgehouden wie er de afgelopen eeuwen zijn begraven, ook de oorlogsjaren ontbreken niet in de verschillende overzichten. Zo vind ik een lijst met namen van verschillende personen die de dagen voorafgaand aan die 11e december in Westerbork zijn gestorven, en dus enkele dagen later in Assen zijn begraven. Dat betreft drie personen, vanaf 7 december gerekend (Link naar Joodsebegraafplaatsen.nl met overlijdensdata). Een daarvan is een man en te jong. Izaac vertelde dat een oude man achter de lijkkoets aanliep en zijn vrouw uitgeleide deed. Daarnaast bleek deze persoon in de vijftig te zijn, en daarmee niet te voldoen aan het predikaat oud, zoals ik mij dat voorstel. Zeker niet vergeleken met de twee andere overledenen, dames die 74 en 86 blijken te zijn geweest. Verder onderzoek op de lijst leert dat de dame van 86 weduwe was. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat een oude man achter de koets aanliep.
Dus zoom ik in op de laatst overgebleven persoon: Jenny Epstein-Löwenthal, geboren op 3 februari 1869 en gestorven in Westerbork op 9 december 1942. Dat past in het plaatje, maar hoe weet ik zeker dat ze ook op 11 december is begraven? Het register laat alleen de overlijdensdatum zien. Mijn onderzoek dreigt vast te lopen, het is waarschijnlijk dat het deze mevrouw was die voor Moses zijn redding betekende, maar ik weet het niet zeker. Daarom parkeer ik het onderwerp voor een tijdje. Soms moet je juist even afstand nemen om het geheel weer goed te kunnen overzien.
Als ik enkele maanden later in het digitale archief van de Arolson Archives wat opzoek, bedenk ik mij opeens dat ik daar nog niet gezocht heb op haar naam. Ik tik Jenny Epstein-Löwenthal in en daar rolt de informatie al snel uit het systeem. Haar persoonskaart van de Joodse Raad is een van de documenten die ik kan downloaden. Daarop staat inderdaad haar sterfdatum; 9 december 1942. En daaronder staat keurig genoteerd dat ze is begraven op de Joodse begraafplaats van Assen op…. 11 december 1942.
Het bewijs is nu sluitend, Moses liep achter de kist van Jenny door de poort van Kamp Westerbork, de vrijheid tegemoet. Met naast hem de 78-jarige Hugo Epstein, haar diep bedroefde echtgenoot.