Douwe van Domselaar: “Je kunt mijn roman zien als een bijdrage aan een maatschappelijke discussie”
Douwe van Domselaar: “Je kunt mijn roman zien als een bijdrage aan een maatschappelijke discussie”
Herinnert u zich nog de discussies over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen dat recht tegenover het Westfries Museum in Hoorn staat. Het beeld refereert volgens velen aan het slavernijverleden van Nederland en is altijd omstreden geweest. Het standbeeld staat er sinds mei 1893, naar een idee van de toenmalige burgemeester. Coen gold destijds als een nationale held. In 2006 haalde premier Balkenende (historicus van huis uit!) de VOC nog aan: “Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit. over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?” De kritiek was destijds niet mals. Natúúrlijk kende hij de gruwelen van de VOC. Maar volgens hem stond de VOC-mentaliteit “voor de wil om het beste uit jezelf te halen, de beste willen zijn. Voor samenwerking, over de grenzen heen kijken. En voor risico’s nemen.”
Coen was een van de vormgevers van de Vereenigde Oostindische Compagnie en stichter van de stad Batavia. Om de belangen van de VOC veilig te stellen voerde hij in de 17e eeuw een schrikbewind in Indië. In 1621 liet hij duizenden inwoners van de Banda-eilanden vermoorden, toen zij iets wilden verdienen aan hun nootmuskaat. In het Nationaal Archief wordt gesproken over ‘de genocide op Banda’. Maar wat als je erachter komt dat familie van jou op Banda Neira een nootmuskaatplantage had en slaven had gekocht?
Dan kijk je wel even op. Dat overkwam Douwe van Domselaar toen hij zich verdiepte in het koloniale leven van zijn eigen voorouders. Het vormde de inspiratie voor de roman Giftig geschenk. Het is geen familiegeschiedenis die hij beschrijft, maar het is fictie, die gebaseerd is op gedegen bronnenonderzoek. Ik las het boek en was verkocht: verpletterend, mooi van structuur, rijk van inhoud en te lezen op meerdere niveaus. Er zit zelfs een maatschappelijke boodschap in. Tijd om Douwe van Domselaar voor te stellen. Link naar een reportage over J.P. Coen op Banda
De auteur
Douwe van Domselaar (Monnickendam, 1968) woont in Amsterdam. Hij rondde eerst de hbo-opleiding Sociaal Kultureel Werk af en behaalde vervolgens zijn doctoraalbul in de Culturele Antropologie op de UVA. Hier studeerde hij af op de specialisatie Remigratie. Na zijn studie kwam hij bij toeval in de wereld van de marketing terecht en klom in zestien jaar tijd op naar de functie van Manager Marketing Intelligence bij Eneco Energie. Naast zijn werk was hij tussen 2002 en 2006 raadslid voor GroenLinks in stadsdeel Amsterdam-Zeeburg.
In de avonduren van 2009 behaalde hij zijn lesbevoegdheid, waarna een carrièreswitch volgde. Hij doceerde zeven jaar Maatschappijleer op een scholengemeenschap in Volendam aan vmbo-, havo- en vwo-leerlingen en was op deze school ook een aantal jaar Deelschoolleider havo-vwo bovenbouw. een aantal jaar is hij docentencoach en begeleider passend onderwijs op een ISK-school in Amsterdam-Oost. In 2022 verscheen zijn eerste literaire werk: de tragikomische verhalenbundel Dit konijntje is koud, meneer. Giftig geschenk is zijn tweede boek.

Inhoud
Als de gesjeesde beurshandelaar Johan Donkers drie ton van zijn oma erft, neemt zijn leven een bizarre wending. Binnen een maand moet hij Amsterdam met krakers en junks verlaten en naar een uithoek van Indonesië reizen: Banda Neira. Eenmaal daar wordt hij een wajangpop in een toneelstuk waarover hij geen regie meer lijkt te hebben. Wat was het geheim dat oma hem nog had willen vertellen? En welke rol speelt de huishoudelijke hulp voor wie Johan heimelijk gevoelens koestert?
Een eeuw eerder krijgt de jonge August Donkers ongewild de leiding over de slecht lopende nootmuskaatplantage Hoopvol. Verkeerde adviezen, een gearrangeerd huwelijk en foute vrienden drijven hem tot wanhoop. August moet het vertrouwen van de plantagearbeiders winnen en de onderneming van de ondergang redden.
In Giftig Geschenk verweeft Douwe van Domselaar op vernuftige wijze de geschiedenis van August en Johan. De nootmuskaatplantage vormt het explosieve decor voor deze spannende roman. Wie is er te vertrouwen en wie niet? Welke oude rekeningen staan er nog open? En wat doet Johan uiteindelijk met zijn erfenis?
Interview
Hoe kwam Giftig geschenk op je weg?
“Door een e-mailtje dat ik kreeg van mijn achter-achter-achterneef over onze gezamenlijke voorouders en door mijn eigen bronnen en archiefonderzoek. Daar kwamen dingen naar boven waarvan ik dacht: ‘holy cow!’”
Volgens mij is Giftig geschenk niet de geschiedenis van je voorouders? Of toch? Wat is feit en wat is fictie?
“Er is heel veel feit en fictie met elkaar verweven. Mijn voorouders hebben een nootmuskaatplantage gehad op het eiland Banda Neira. De naam van de plantage was met Zevenbergen & Hersteller. Mijn oma is geboren en getogen in Nederlands Indië. En het klopt ook dat zij over haar jeugd nooit iets wilde vertellen en dat dan afdeed met het antwoord ‘je kunt je er toch niets bij voorstellen’. De Amsterdamse hoofdpersoon woont in de 1e Jan van der Heijdenstraat boven een coffeeshop. Daar heb ik zelf gewoond. Ik winkelde ook heel vaak na 16.00 uur op de Albert Cuyp markt voor de koopjes. Eén van de hoofdpersonen van het boek is in eerste instantie onwetend en deels ook ongeïnteresseerd in het koloniale tijdperk. Dat gold in zekere zin ook voor mij. Pas op latere leeftijd, toen ik me er in ging verdiepen, wisselden mijn denkbeelden volledig.
Zonder teveel van de inhoud van Giftig geschenk weg te geven. In het verhaal komt ook moord en doodslag voor. Zover ik weet is dat niet gebeurd. Aan de andere kant sluit ik niets uit. In feite konden de plantagehouders na de afschaffing van de slavernij (daarvoor trouwens ook al) zo ongeveer alles doen wat ze wilden. En dat deden ze dan ook. De toenmalige rechtspraak vormde nauwelijks een beschermende buffer voor de plantagearbeiders. Moord, doodslag, verkrachting heeft ongetwijfeld plaatsgevonden op de plantages aldaar. In die zin heb ik het ook meegenomen in mijn roman. Het schetst het totale plaatje, zeg maar.
Nog een geinig klein weetje. In Giftig geschenk komt een schildpadje voor. Die heeft echt bestaan, zelfs onder dezelfde naam. Over stille kracht was mijn oma (en haar hele Indische familie) heel terughoudend. Daar wilde ze echt nooit iets over kwijt. De brief in het boek die over stille kracht handelt, bestaat echt (zei het in een iets andere vorm).
“Op 4 oktober 1808 kocht mijn voorvader Johan Thomas Schütz drie tot slaafgemaakten. De jongetjes Prima en Januarij en het meisje Tjampaka. Hij betaalde hiervoor 159 rijksdaalders. Daarnaast betaalde hij nog een rijksdaalder, 13 stuivers en 8 centen voor de acte en veilingkosten. Dit is het aankoopbewijs dat hij ontving.”
Je deed gedegen bronnenonderzoek. Op welk moment besloot je er een roman van te maken? Waar zat voor jou de noodzaak?
“Mijn inziens is het maatschappelijke debat rond ons koloniaal verleden en (eventueel) herstel volledig uit zijn voegen gepolariseerd: ‘Woke’ versus ‘racisme’ ‘naïef versus wappie’. Burgers tegenover elkaar, volledig ingegraven in hun eigen gelijk.
Met Giftig geschenk wilde ik dit thema nu juist NIET met het zure opgeheven ‘jij bent fout!’ vingertje onderzoeken. Een roman geeft me veel mogelijkheden om het onderwerp menselijk te maken. Om de lezer aan het denken te zetten door empathie te kweken voor de hoofdpersonen. De struggle van de hoofdpersonen voelbaar te maken. Mensen van vlees en bloed, mensen zoals jij en ik.
Mijn twee hoofdpersonen bewandelen daarom een tegengestelde weg. De een gaat van onwetend/ongeïnteresseerd naar zeer betrokken. Terwijl de ander van idealist afglijdt naar opportunist.
Door ze zo te beschrijven neem ik de lezer mee in zijn eigen denkbeelden/vooroordelen/gevoel. Beide wegen zijn herkenbaar voor ons allemaal, de bijbehorende gevoelens dragen wij allemaal in ons. Dat wil ik uitdragen! Ik ben die twee richtingen zelf ook, maar pas sinds ik mezelf er in ben gaan verdiepen. En ik hoop met deze roman dat bij anderen ook aan te wakkeren.
Daarnaast kon ik in de roman ook een oplossingsrichting bieden voor het ‘herstel’. Mijn visie. en hopelijk ook die van de lezer na het lezen van de laatste bladzijde.
Nog even terugkomend op het bronnenonderzoek. Er is best veel gepubliceerd over Nederlands- Indië en na veel zoeken kwam ik in een antiquariaat het boekje ‘De assistent in Deli, practische opmerkingen met betrekking tot den omgang met koelies’ tegen uit 1913. Je valt van je stoel als je leest hoeveel racisme daar in zit. En hoe zonder enige gêne wordt gesteld dat je gewoon geweld moet gebruiken als de koelies niet doen wat je zegt. Datzelfde zie je terug in een boek met de titel ‘Daar werd wat groots verricht’. Ronkende foto’s van correct geklede superieure geposeerde Europeanen versus armetierig geklede en geposeerde inlanders. Ik maak me weer kwaad als ik er nu over vertel!”
Een roman schrijven is een hele klus die je soms tot wanhoop kan drijven. Kun je wat vertellen over je schrijfproces?
“Het begon allemaal met archiefonderzoek van mijn achter-achter-achterneef Ad Lans. Hij tipte mij over het koloniale verleden van onze gemeenschappelijke voorouders. Dat bracht van alles in een stroomversnelling. Daar wilde, nee, daar moest ik iets mee doen. En wel snel. Ik heb toen een book-proposal in elkaar gezet. Toevallig at ik een oliebolletje bij een buurvrouw op oudejaarsdag 2021. En daar waren ook de uitgever-redacteur en uitgever-vormgeefster van Uitgeverij Mei aanwezig. We kenden elkaar nog niet en kwamen toevallig aan de praat. De rest is geschiedenis.
Schrijven is voor mij een hobby. Ik doe het naast mijn werk op school en naast mijn andere hobby’s. Maar ik ontdekte ook (ik had al een literaire verhalenbundel geschreven) dat ik discipline nodig heb om aan het schrijven te blijven. Denk aan elke zondagochtend van 8.30-10.30u aan de bak. Buitenshuis! Thuis lukt het me niet, dat wordt ik teveel afgeleid door alle huishoudelijke taken die ik nog moet doen. Zondagochtend werd al snel zaterdag en zondagochtend en de laatste maanden ook woensdag aan het einde van de dag en in vakanties. Een aantal maal wilde ik er ook echt mee stoppen. Helemaal. Weg. Alles door de shredder. De laptop door midden. Gelukkig heb ik toen toch telkens doorgezet.
In de zomer van 2023 had ik een writersblock. Zat ik uren te typen, maar kwam er gewoon niets fatsoenlijks uit mijn vingers. De laatste maanden voelde het meer als loden last dan als een leuke hobby. Deadlines, afspraken, toestanden en nog meer deadlines. In het nawoord van het boek schrijf ook daar ook over. Schrijven is vaak leuk, maar het is soms ook af-schu-we-lijk! De eenzaamheid als je vastzit. Het onbegrip. En als het niet lekker gaat, dan is alles belangrijker dan het schrijven. Dan neemt de omgeving het je ook niet in dank af, als je weer niet op een verjaardag verschijnt.
Aan de andere kant! Als je een contract hebt en weet dat jouw schrijfsels uitgegeven gaan worden, geeft dat ook vleugels. Lekker bezig met dat doel.”
Je hebt een mooie, dubbele structuur in Giftig geschenk aangebracht. Het verhaal is chronologisch verteld: een verhaal van het hoofdpersonage Johan Donkers start in 1981 en dat van August Donkers dat begint in 1889. De verhaallijnen komt explosief bij elkaar. Dan heb je nog de grote structuur van ‘Petang avond’, ‘Malam nacht’ en ‘Pagi ochtend’. Wil je iets over keuzes vertellen? En over de grote structuur.
“Fijn dat je daar naar vraagt. Ja die drie delen had ik al vroeg in mijn hoofd. En zo zie ik het ook echt. Die indeling is overigens niet uniek. In mijn jeugd las ik veel ‘jongens’boeken over de oorlog. Eén daarvan was ‘Reis door de nacht’ van Anne de Vries. Dat boek kent een vergelijkbare indeling.
Het vervlechten van de verhaallijnen en het om en om presenteren wilde ik ook al vanaf het begin. Al was dat soms lastig om vast te houden. Het moet niet te gekunsteld worden, zeg maar.”
Je eerste publicatie was een verhalenbundel. Volgens mij zat daar ook een kern in die in Giftig geschenk terugkomt: maatschappelijke betrokkenheid, bezorgdheid over de wereld. Speelt je achtergrond daar een rol in? Wil je de lezers op een andere manier naar de samenleving laten kijken, ‘luikjes’ bij hen open zetten?
“Ja zeker. Ik voel veel maatschappelijke engagement. En vaak voel ik me boos en machteloos als ik ’s avonds naar het Journaal kijk. Er is veel mis op de wereld, er gebeuren zulke bizarre dingen. Natuurlijk kan ik demonstreren en kan ik meedoen aan protestmarsen en zo. Maar daarnaast heb ik mijn pen als wapen. Ik heb lang voor de klas gestaan en ook heel lang in marketing gewerkt. Wat je daar snel leert is dat je mensen moet verleiden. Dat je ingewikkelde zaken aanschouwelijk moet maken (niet simpel, maar aanschouwelijk/persoonlijk), laat het zien, laat het mensen voelen, meebeleven. Dan maak je impact.”
Banda Neira
De Banda-eilanden. Ben je er ooit geweest?
“Helaas! Helaas! Helaas niet. Dat komt door twee zaken. Ten eerste gewoon de centjes. Als je naar die uithoek van de wereld gaat, dan doe je dat niet voor een weekje. Maar voor een maand of meer. Dat is erg prijzig! Ten tweede hebben mijn vrouw en ik afgesproken dat we niet meer dan eenmaal in de vier à vijf jaar het vliegtuig nemen. Gewoon om het milieu. Tja, en dan staan er ook andere landen op de wishlist. Gelukkig heb ik mijn eerder genoemde achter-achter-achterneef Ad. Hij is er wel geweest en hij heeft er veel archiefonderzoek gedaan en foto’s gemaakt. Daar heb ik echt veel aan gehad.
Adriaan van Dis zei ooit eens over Indonesië. ‘Dat is het land waar ik het meest, niet geweest ben’. Dat geldt voor mij met Banda.”
Je beschrijft in Giftig geschenk enerzijds de repressie en uitbuiting van de Hollanders in Banda-Neira, maar anderzijds hun verveling, hun eenzaamheid, de isolering van de buitenwereld. Maar ook het feit dat je niet in vrijheid kon kiezen. August wil tropenarts worden, mensen helpen, leest de Max Havelaar, werpt de onderdrukking van de Bandanezen ver van zich af, maar ontkomt toch niet aan de familiedwang. Je laat dus twee kanten van de medaille zien. Het element van vrijheid komt ook op een dubbele manier aan de orde. In Banda de dwang van het kolonialisme en aan vrijheidsstrijd van Hatta en Soekarno cum suis. In Nederland: de drang naar vrijheid in Amsterdam in de jaren tachtig en wat de overheid tegen de uitwassen als junks, krakers zet. Tegenstellingen spelen in je hele roman een rol. Kun je er nog een paar markante noemen?
“Ja, hoofdpersoon Johan wil heel graag zijn eigen bedrijf opbouwen, vrijheid!, maar dat kost zoveel tijd dat zijn privéleven er zwaar onder lijdt. Onvrijheid. Hij wil graag meer aandacht aan zijn oma besteden, maar hij krijgt het niet voor elkaar. Dat zie je anno nu ook. Jongeren die graag zelfstandig willen wonen, maar dat in bijvoorbeeld Amsterdam niet kunnen. Behalve als ze een torenhoge hypotheek afsluiten die killing is. Of jaren moeten wachten op een sociale huurwoning.
Hoofdpersoon oma zit ook klem. Zij heeft een vérstrekkend geheim. Dat wil ze graag delen, maar dat kan niet omdat het dan wellicht wel erger wordt. Onvrijheid. “
Ik werd enorm aangesproken door je stijl van schrijven. Je zet de verbeeldingskracht wel aan het werk. Zo spelen August Donkers en zijn vader Marinus op een gegeven moment een dominospel. Ieder had zo zijn eigen dromen. De stenen lijken wel op de bouwstenen van het leven waarin je niet altijd je eigen keuze kunt maken. Je gebruikt ook metaforen om mensen aan het denken te zetten. De mooiste wellicht waren de wrede hanengevechten die August zag: uit de verliezende, maar nog levende haan worden de ingewanden getrokken en die worden naar de winnende haan gegooid. “De haan werd afgedankt omdat hij geen financieel gewin opleverde. Het koloniale systeem was identiek. Slaven en contractarbeiders waren voor de Hollanders als deze hanen.”
Prachtig is ook de wijze waarop de Bandanezen zich onderworpen voelden. Na een toespraak van August staat er: “Deze mensen zijn zo geconditioneerd dat ze zelfs niet opstaan zonder bevel.” In één zin roep je een hele wereld op. En dan is er als een rode draad de ‘stille kracht’, de mysterieuze kracht uit Indië. Je zet die vooral in als dramatisch element. Of heb je er een andere bedoeling mee?
“Nee dat heb je heel goed gezien en doorgrond als lezer. Het is een platitude maar het klopt wel: beelden zeggen meer dan woorden. Soms zegt zo’n metafoor of symbool zoveel meer. “
Ik vond het fascinerend om allerlei lagen in je roman te ontdekken. Je kunt het lezen als sec een spannend boek, als een boek dat verhaalt over de koloniale geschiedenis en de uitwassen daarvan, maar ook als een boek dat waarschuwt voor wat er nu aan de hand is. Ik moest toen ik het boek las denken aan het boek De vloek van de nootmuskaat van Amitav Ghosh (1956) denken. Hij kreeg in 2024 de Erasmusprijs.
Hij gebruikt de winning van nootmuskaat als parabel voor de huidige milieucrisis, onthult hoe de uitputting van de aarde begon in de VOC-tijd. Onze welvaart is altijd afhankelijk geweest van ‘aardse’ grondstoffen. Volgens Ghosh zijn kolonialisme en genocide de fundamenten geweest waarop onze samenleving is gebouwd. Als we daarmee doorgaan zal dat tot vernietiging van onze aarde leiden. Hij noemt de genocide door Coen symbool voor deze ontwikkeling. Je hebt het in je roman ergens ook over ‘bloedmuskaat.’ In onze maatschappij is ‘de taal van het geld’ vaak leidend.
Veelbetekenend dat August de Max Havelaar leest (verschenen in 1860) en zich aan die ideeën conformeert, maar door omstandigheden er niet aan toekomt die waar te maken. Idealisme wordt in de knop geknakt. Het kan ook anders. Heb je daarom Giftig geschenk willen afsluiten met het min of meer utopische laatste hoofdstuk?

“Ik hoop dat mensen gaan nadenken over ongelijkheid in de samenleving. Dat mensen hun eigen familiegeschiedenis gaan uitpluizen. En dan tot mooie, rare, gekke dingen gaan tegenkomen. Die dan wellicht weer verklaren waarom ze doen wat ze doen. Het laatste hoofdstuk is eigenlijk mijn eigen ideaal. Zo zou ik het qua ‘herstel’ graag zien. Deels doe ik daar via een Stichting (TintanE) Stichting TitanE – Duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding op de Molukken ook al aan mee. Zie het boek maar als mijn bijdrage aan de maatschappelijke discussie.”